Deze website gebruikt cookies. Accepteer de cookies als u alle functionaliteiten van deze website wilt gebruiken.

Terugblik op 25 jaar Amalia - Voorzitterschap van Ad Jacobs (1985-2001*)

Artikelindex

Deel 2. Voorzitterschap van Ad Jacobs (1985-2001*)

(*Deze studie is gemaakt in 2001, Ad leidt ook vandaag nog de vereniging)
 

Eind 1984 wist de Baarlese bevolking nauwelijks van het bestaan van een heemkundekring. Het ledental daalde spectaculair en vanuit het bestuur werden weinig initiatieven genomen om het tij te doen keren. Het wegvallen van pater Loffeld ontmoedigde voorzitter Van de Lindeloof: negen jaar na haar feitelijke oprichting was de vereniging niet meer dan ‘een mooi verpakte, lege doos’.

 

In 1982 had Van de Lindeloof zichzelf nog drie jaar de tijd gegeven om de heemkundige werking op te starten. Toen zowel organisatorisch als inhoudelijk de verhoopte beterschap uitbleef, stapte de voorzitter op. De uitzichtloze situatie analyseerde hij als volgt: om te overleven, waren dringend nieuwe impulsen nodig. Te lang was de vereniging afhankelijk geweest van dr. Loffeld, die bovendien de heemkunde veeleer beoefende als een privé-activiteit zonder daarbij tot een wezenlijke bijdrage te komen voor de kring. Na het heengaan van deze voortrekker viel het heemgebeuren zo goed als stil.

 

De onthoofde éénmansheemkundekring moest worden omgevormd tot een samenwerkingsverband van geïnteresseerden uit alle lagen van de bevolking, gedragen door de gehele gemeenschap. Dit kon alleen worden gerealiseerd onder de bezielende leiding van een ambitieuze, enthousiaste, jonge voorzitter met een breed interesseveld. De aftredende voorzitter vond iemand met die kwaliteiten in zijn onmiddellijke werkomgeving: Ad Jacobs.

 

In eerste instantie werd Ad gevraagd om lid te worden, waarvoor hij bedenktijd vroeg: hij wist amper van het bestaan van een Baarlese heemkundekring. Toen hij daarop werd gevraagd om ook het voorzitterschap op zich te nemen, steeg zijn verbazing ten top. Ad wou de taak op zich nemen indien het bestuur kon worden uitgebreid met een paar jonge krachten. Frank van Hest en even later Fons Raeijmaekers werden bereid gevonden.

 

Een nieuwe voorzitter

Op 13 december 1984 introduceerde Gerard van de Lindeloof de kandidaat-voorzitter op de enige bestuursvergadering van dat werkjaar. Op de Algemene Ledenvergadering van 6 februari 1985 werd Ad bij acclamatie door de veertien aanwezigen tot voorzitter benoemd. Het verslag vermeldt ‘een behoorlijke opkomst’ en dat klopt nog ook: het ledental was immers gedaald tot 35, een absoluut dieptepunt.

 

Meer dan zestien jaar later is Ad nog altijd voorzitter van onze heemkundekring. Hij voelt zich naar eigen zeggen prima in deze functie. Bovendien kan hij goede resultaten voorleggen: de ‘mooi verpakte, lege doos’ van weleer is intussen behoorlijk gevuld. Dat is uiteraard niet alleen de verdienste van de voorzitter, maar zijn aandeel hierin mag niet worden onderschat. Meer dan zestien jaar lang zette Ad zich dagdagelijks in op organisatorisch gebied. Hij leidde meer dan 150 bestuursvergaderingen en onder zijn voorzitterschap werd de langverhoopte huisvesting gerealiseerd. Het ledental steeg van 35 tot meer dan 400. Daarnaast zorgde hij ervoor dat ook de heemkundige werking nieuw leven werd ingeblazen. Zelf was Ad inhoudelijk actief als lid van de werkgroepen Floron, Ulicoten, 1000 jaar Baarle, Dodenherdenking, Denktank, Activiteitencommissie, enzovoort.

 

Ad Jacobs is positief ingesteld: hij haalt zijn voldoening uit de dingen die goed zijn. Opvallend is ook het gemak waarmee hij lijkt om te gaan met de beperkingen van de realiteit: hij weet dat veel zaken voor verbetering vatbaar zijn, maar staart zich daar niet blind op. Vanuit zijn functie stuurt hij het beleid en bundelt hij de krachten waardoor er binnen de vereniging maar weinig energie verloren gaat.

 

Als voorzitter laat Ad zich perfect leiden door de spreuk die onder het logo van onze vereniging staat: ‘volhoudend vorder ik’. Het is de vertaling van het devies van Philips Willem van Oranje, in het begin van de 17de eeuw tegelijkertijd Heer van Baarle-Nassau en van Baarle-Hertog. Ons logo werd kort na de oprichting getekend door Jos de Swart naar een idee van Ed Loffeld: uit het wapen van Amalia van Solms nam Loffeld een rozet (embleem uit het wapen van Solms) en een jachthoorn (embleem uit het wapen van Oranje).

 

Een nieuwe dynamiek en werking

Persoonlijke interessen vormen vaak de motivatie voor het beoefenen van de heemkunde. Dit neemt niet weg dat het vastleggen, het uitwisselen en het beschikbaar stellen van het materiaal een wezenlijk kenmerk is van een kring: niet ieder voor zich, maar samen voor de vereniging. Getracht werd dan ook te komen tot een meer actieve groepswerking. Dat was niet eenvoudig omdat de noodzakelijke voorwaarden om het doel te bereiken nog niet waren vervuld: er waren amper leden (laat staan actieve leden) en de minieme geldreserve slonk zienderogen onder de ontwikkelde activiteiten. Het grootste probleem was wellicht nog het ontbreken van een eigen werk- en vergaderruimte.

 

De eerste bestuursvergadering onder leiding van Ad Jacobs vond plaats op 3 april 1985. De kersverse voorzitter beloofde van Amalia een actieve vereniging te maken: ‘Als iedereen meehelpt, moet het lukken.’ Tal van initiatieven werden genomen. Zo werd er frequenter vergaderd, in principe elke derde donderdag (met uitzondering van de vakantiemaanden). Later zou het bestuur tweemaandelijks bijeenkomen op de eerste donderdag en tegenwoordig wordt elke derde maandag vergaderd.

 

Het verjongde bestuur liet zich ondersteunen door het Noordbrabants Genootschap en de Stichting Brabants Heem. Goede contacten werden onderhouden met Eric Kolen, secretaris van Brabants Heem. Hij toonde zich in een artikelenreeks voor Ons Weekblad een vurige propagandist van de heemkundebeoefening.

 

Leden en oud-leden trachtte men te activeren, eveneens via een artikel in Ons Weekblad. Gezien het povere resultaat werd resoluut gekozen voor een persoonlijke benadering. Ad schakelde nadrukkelijk jonge en dynamische nieuwkomers in. Zonder anderen tekort te willen doen, kunnen we stellen dat dankzij Frank van Hest voor het eerst in Baarle een heemkundige groepswerking van de grond kwam. Frank was een lichtpunt binnen onze vereniging en het brein achter de vernieuwde werking. Hij was dynamisch, ambitieus, kundig en bovenal: hij werkte doelgericht.

 

Daarnaast waren er Maria Voeten, die als secretaris een behoorlijk aantal jaren op dienst bleef en Fons Raeijmaekers, van belang als penningmeester, organisator van tal van activiteiten en redacteur van de nieuwsbrief. De vernieuwde werking stimuleerde tevens Jos Jansen, Jeroen Geerts en Antoon van Tuijl, die alsmaar actiever werden voor de heemkundekring.

 

Het groepsgevoel werd aangewakkerd: werkgroepen werden opgericht, een opbouwende sfeer gecreëerd en de vereniging trad naar buiten met concrete resultaten. Daarnaast werden er gezellige activiteiten georganiseerd. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan op 8 juni 1986 werd met de fiets een uitstap gemaakt naar Castelré.

 

De eerste heemkundige werking werd vooral gedragen door bestuursleden. Dit verklaart ook de stagnatie of terugval na verloop van tijd: iedere extra taak, veroorzaakt door de groei van onze vereniging, kwam steeds bij dezelfde beperkte groep van harde werkers terecht. Bovendien werden alsmaar meer initiatieven genomen op teveel fronten tegelijk. Een bestuursuitbreiding kon niet worden gerealiseerd. Erger nog: tijdens de bestuursvergadering van 13 augustus 1987 nam Frank van Hest ontslag naar aanleiding van zijn nakende vertrek naar Thailand. Dit betekende een groot verlies voor onze kring. Daar bovenop kwam twee maanden later nog het ontslag van onze secretaresse, Maria Voeten. De eerstvolgende jaren gebeurde er weinig op heemkundig gebied. Frank bleek jarenlang onvervangbaar, mede omdat alle aandacht uitging naar de huisvestingsproblemen.

 

Een nieuwe identiteit

Desondanks slaagde het bestuur erin onze vereniging een nieuw imago aan te meten: Amalia verwezenlijkte af en toe haar doel-stellingen. De grootste stap op weg naar erkenning echter was de dagdagelijkse herkenning in het straatbeeld. Belangrijke hulpmiddelen daartoe waren de realisatie van een uitgebreid activiteitenaanbod, de publicatie van een eigen tijdschrift, de sponsorverkoop door middel van de heemkalender en vooral de eigen huisvesting, die uitgebreid zal worden besproken in deel 3 van ‘Zilver voor Amalia’. Deze herkenbaarheid leidde tot een forse groei en Amalia werd sinds de ingebruikname van het heemhuis als ontmoetingsruimte en vaste uitvalsbasis, gedragen door de gehele Baarlese gemeenschap.

 

De ingebruikname van het Heemhuis betekende niet dat de verbouwing van het voormalige Belgische gemeentehuis was voltooid. We denken o.a. aan de realisatie van de centrale verwarming, het inrichten van de Japanse kamer, de verbouwing van de voormalige brandweerkazerne, het inrichten van BiDoc en het groot onderhoud door de eigenaar: het isoleren van het dak, de vochtbestrijding op de benedenverdieping en het vernieuwen van de electriciteitsleidingen. U begrijpt het al: er is de afgelopen jaren hard gewerkt en veel geïnvesteerd.

 

Overgangsperiode

De verbouwing en de inrichting van het Heemhuis hadden eind jaren ‘80 veel energie gekost. De dynamiek binnen het bestuur was hierdoor verdwenen. Het optimaliseren van de huisvesting bleef ook lang na de opening van het Heemhuis een belangrijke zorgvraag, met nadelige gevolgen voor wat betreft de heemkundige werking. In 1990 vroeg het bestuur zich af of de slapende werkgroepen konden worden geactiveerd. Het leek alsof alleen nog een handvol bestuursleden actief bezig was.

 

Het draagvlak was erg klein geworden. Sommige bestuursleden werden overvraagd en haakten af. Zo trad Jos Jansen af vanwege zijn drukke bezigheden binnen de heemkundekring: de samenstelling van het boek ‘Baarle in Stukken’ en de inventarisatie van het archief. Zijn openstaande bestuursfunctie kon lange tijd niet worden ingevuld.

 

Toch kan deze overgangsperiode worden afgesloten met een positief bericht: op de bestuursvergadering van 19 augustus 1991 werd besloten om aan te sluiten bij de Vlaamse Vereniging voor Heemkunde, Gouw Antwerpen. Op 4 maart 1992 was de aansluiting een feit.

 

Baarlenaar van het jaar!

Mede dankzij onze heemkundekring werd de viering van ‘1000 jaar Baarle’ een grandioos succes: heel wat leden waren actief betrokken bij de voorbereidende werkzaamheden en het Heemhuis werd beschikbaar gesteld voor vergaderingen en radiouitzendingen. Samen werd iets moois gerealiseerd voor de Baarlese gemeenschap en Amalia zelf stond volop in de schijnwerpers.

 

Eigen initiatieven zoals de nieuwsbrief en de verenigingsactiviteiten kwamen in deze periode wegens tijdsgebrek zwaar onder druk te liggen. Maar op het juiste moment kwam gelukkig een opsteker van formaat: begin 1992 werd onze vereniging verkozen tot ‘Baarlenaar van het Jaar’, wat niet alleen tientallen nieuwe leden opleverde maar ook een stimulans betekende voor de heemkundige werking.

 

Die openlijke waardering vanwege de gemeenschap bood vertrouwen voor de toekomst en geloof in eigen kunnen. De werkervaring opgedaan tijdens de organisatie van 1000 jaar Baarle leidde na verloop van jaren tot allerlei organisatorische verbeteringen. Vooral door toedoen van Ed en Nicole Ragas-Joosen werd alsmaar degelijker werk geleverd zodat zelfs een langgekoesterde droom kon worden gerealiseerd: de oprichting van een redactieraad.

 

Binnen het bestuur werd voor het eerst een taakverdeling opgesteld. Alleen een tekort aan mankracht verhinderde alsnog een spectaculaire bloei van de heemkundebeoefening. Zo waren er problemen met de organisatie van activiteiten en de inventarisatie van het archief. Ook werd de nood aan een werkgroepbegeleider geagendeerd. Verder werd een daling vastgesteld van activiteiten zoals lezingen, tentoonstellingen en cursussen. De redactieraad kreeg het moeilijk omdat vanuit de werkgroepen te weinig publicaties doorstroomden naar ons tijdschrift.

 

De groei van het ledental begon te stagneren. Desondanks hoopte het bestuur meer leden te kunnen activeren, wat dringend nodig was. De werkdruk binnen het bestuur bleef toenemen en eind 1993 vroeg Fons Raeijmaekers om uit te kijken naar een andere penningmeester. Meer en meer traden interne spanningen op de voorgrond: een uitbreiding van het bestuur was onafwendbaar om de doelstellingen te realiseren.

 

Langverwachte bloei

Begin 1995 kon de bestuursuitbreiding van zeven naar negen leden worden bewerkstelligd, zij het eerder moeizaam: op de jaarvergadering werden bemerkingen gemaakt omtrent de noodzaak en de legitimiteit. De nieuwe dynamiek vanwege de pasverkozenen (Ria Laurijsen en mijzelf) zorgde geleidelijk aan mede voor het langverwachte open-bloeien van onze vereniging. De bestuursuitbreiding viel bovendien samen met de goedkeuring van het beleidsplan 1995-2000: een tweede, belangrijke stimulans.

 

Op hetzelfde moment besefte het bestuur dat de werking dreigde vast te lopen omwille van de aanslepende verbouwing van de Benedenzaal. Er moest op korte termijn vooruitgang worden geboekt. Daarom werden drie belangrijke beslissingen genomen voor wat betreft de verdere uitbouw van onze vereniging. Vooreerst werd de werkgroep BiDoc opgestart: gehoopt werd dat het ontsluiten van het archief een groeizaam effect zou hebben op de heemkundige werking. Vervolgens werd een activiteitencommissie opgericht. Hierdoor kwam er tijdens de bestuursvergaderingen tijd vrij voor de verdere uitwerking van het beleidsplan. Tot slot werd na mijn benoeming tot werkgroepbegeleider maandelijks het wel en wee van de werkgroepen op de bestuurs-vergadering geagendeerd.

 

Verbouwingen en financiële zorgen

Een enquêteformulier werd onder de leden verspreid om te peilen naar de interesses en de bereidheid om actief deel te nemen aan de werking. Nog voor de heemkundebeoefening kon worden aangezwengeld, diende zich alweer een nieuw probleem aan. De vrees bestond namelijk dat de financiële gevolgen van de verbouwingen de werking zouden verlammen. Mede daarom werd besloten om te stoppen met de risicovolle uitgave van jaarboeken.

 

Ook het 20-jarige bestaan van Amalia werd eerder bescheiden gevierd met de plechtige opening van de Benedenzaal, een geleid bezoek aan Wortel-kolonie en een zelfbereid, typisch Belgisch feestmaal: gehaktballen met fruit. De belangstelling was bijzonder groot. Ook de deelname aan de andere verenigingsactiviteiten en de waardering ervoor waren sinds de oprichting van de activiteitencommissie meer dan behoorlijk geworden: er werd degelijk werk geleverd.

 

Eind september 1996 werden de inrichtingswerken in de voormalige brandweerkazerne beëindigd. Nog voor de Benedenzaal tenvolle haar nut als multifunctionele ruimte kon bewijzen, werden alweer nieuwe plannen gesmeed: boven immers was door de verhuis van de tentoonstellingsruimte voldoende plaats vrijgekomen om er een bibliotheek en documentatiecentrum in te richten. Tegelijk werden bij het college van Baarle-Hertog schriftelijk drie dringende huisvestings-problemen aangekaart: de isolatie van het dak, de vochtigheid van de benedenverdieping en de verouderde electriciteitsinstallatie.

 

Begin 1997 waren de ergste financiële beslommeringen voorbij. De redactieraad werd uitgebreid met een paar actieve leden en ook de vrije plaats binnen het bestuur kon een jaar na de ontslagname van Fons worden ingevuld. Er moest zelfs voor het eerst sinds de oprichtings-vergadering effectief worden overgegaan tot stemmen om een nieuw bestuur aan te stellen: er waren teveel kandidaten. Om de continuïteit binnen het bestuur te vergroten, werd geopperd om de bestuursleden te laten verkiezen voor een termijn van drie jaar. Dit leidde tot een statutenwijziging, goedgekeurd door de ledenvergadering van 1998.

 

Bestuurlijke beslommeringen

Door de voortdurende reflectie op het beleidsplan ging Amalia zich meer profileren door middel van de enclaves: ‘de eigenheid van Baarle (met name de enclavesituatie) eist onze aandacht op en geeft ons een unieke kans om ons te onderscheiden van andere heemkundekringen in de regio.’ Daarop werden een aantal enclavewandelingen en –fiets-tochten georganiseerd. In 1998 werd het 800-jarige bestaan van de enclaves herdacht met een tentoonstelling die later, in een nieuw jasje gestoken, verhuisde naar het Infopunt Europa in Antwerpen. Ook de heemkalender van ’98 was volledig aan de enclaves gewijd.

 

Niet alle vooropgestelde doelstellingen van het beleidsplan 1995-2000 konden worden gerealiseerd. Structureel overleg met de gemeenten bijvoorbeeld bleek vooralsnog niet haalbaar. Nochtans hoopte Amalia op meer inspraak in het gemeentelijk beleid als teken van vertrouwen en als erkenning van de deskundigheid terzake.

 

Tweemaal nog werd de goede werking van onze vereniging zwaar op de proef gesteld. Eerst haakte Antoon van Tuijl een tijdlang af als bestuurslid omwille van de gezondheidsproblemen van zijn vrouw. En toen eind 1999 de geplande opening van BiDoc niet kon doorgaan, werd Nicole Ragas-Joosen door het bestuur ontheven van haar taak als coördinator. Zij wist zich onvoldoende gesteund en stelde daarop ook haar bestuursfunctie beschikbaar: het gevolg van jarenlange interne spanningen. Het was zowel voor Nicole als voor het bestuur een erg moeilijk moment: de bijdrage die Nicole jarenlang heeft geleverd aan onze vereniging, kan moeilijk worden overschat.

 

Dré Moors volgde Nicole op als secretaris. Hij begon alvast sterk met het op orde stellen van het verenigingsarchief. Zijn actiepuntenlijst voortvloeiend uit het verslag van de bestuursvergadering maakt voor iedereen duidelijk welke taken nog moeten worden afgewerkt.

 

Keuzes voor de toekomst

Begin 2000 werd het tweede beleidsplan (periode 2000-2005) ter goedkeuring voorgelegd aan de ledenvergadering. Heel wat energie werd de voorbije jaren besteed aan de huisvesting van Amalia. Kunnen we stellen dat de bovenverdiepingen naar behoren zijn ingericht, beneden zijn zowel binnen als buiten nog heel wat werkzaamheden gepland. Het einde van de huisvestingszorgen is voorlopig nog niet in zicht.

 

Was het verkrijgen van een Heemhuis de absolute voorwaarde om een heemkundige werking van de grond te krijgen, vanaf de toewijzing stond de zorg voor het gebouw ook diezelfde heemkundige werking in de weg. De heemkundekring immers werd gedragen door een te beperkte groep van actieve leden: elke verbouwing leidde automatisch tot een verminderde heemkundebeoefening en elk heemkundig project veroorzaakte op zijn beurt weer een vertraging van de verbouwings-werkzaamheden. Thans is de tijd gekomen om resoluut te kiezen voor de realisatie van de primaire doelstelling: de beoefening van de heemkunde.

 

Het bestuur probeert daarom de bestaande werkgroepen goed te ondersteunen. Getracht werd om nieuwe werkkrachten aan te trekken. Zo kwam Peter Tuijtelaars mij ontlasten van de opmaak van ‘Van Wirskaante’ en nam Dré Moors de coördinatie van de activiteiten-commissie op zich. Dankzij Peter en Dré kan ik me nu meer richten op de heemkunde zelf. ‘Zilver voor Amalia’ is daarvan een eerste tastbaar resultaat.

 

Het bestuur stimuleert ook de oprichting van nieuwe werkgroepen. Het afgelopen jaar werden de werkgroep 750 jaar Zondereigen, de beheersgroep Bels Lijntje en de Feestcommissie opgestart. De oprichting van een werkgroep ‘Dorpsgeschiedenis’ staat hoog op mijn eigen verlanglijstje.

 

Tot slot

Volgende overwegingen zijn ongetwijfeld discussiestof voor het bestuur:
 

- De heemkunde heeft een erg breed werkveld en daarom moet het bestuur duidelijke keuzes maken.
 

- Bestuursleden moeten kijken naar de verwezelijkingen op langere termijn en zich niet blindstaren op korte-termijn problemen of ideeën waarmee (nog) niets is gebeurd. Brainstormen kan demotiverend werken als er geen werkplannen worden opgesteld en uitgevoerd. Een burn-out door overvraging is niet ondenkbaar: heemkunde moet een aangename, leerzame hobby blijven.
 

- Het besturen van Amalia en het beoefenen van de heemkunde bleken vaak moeilijk met elkaar verenigbaar.
 

- De werking kan worden gestimuleerd door het enthousiast maken van de leden. Leden moeten persoonlijk worden aangespoord om samen met andere leden hun hobby te beoefenen en ermee naar buiten te treden.
 

- De ledenwerking moet worden gestimuleerd door het scheppen van gunstige omstandigheden. Ongunstige situaties (verbouwingen bijvb.) remden telkens de heemkundige werking. Er ontstond een jojo-effect: op gunstige momenten werden allerlei initiatieven opgestart die na enige tijd weer teloor gingen door een tekort aan begeleiding.
 

- Het aantal bestuursleden schommelde eerst rond de tien, later waren er nog maar vijf. Misschien is de actieve deelname wel belangrijker dan het precieze aantal, maar er zijn grenzen. Indien we geen stap achteruit willen zetten, dringt een nieuwe uitbreiding van het bestuur zich op gezien de enorme groei van de vereniging en de daarmee gepaard gaande toename van het organisatorische takenpakket. In het verleden werd de groei van Amalia maar al te vaak afgeremd door een tekort aan mankracht. Of is het mogelijkheid om de huidige bestuursleden nog actiever in te schakelen zonder hen te overvragen?

 

Bronvermelding

De notulen van de vergaderingen vormen de basis van deze studie. Ze bevinden zich in het verenigingsarchief.