Deze website gebruikt cookies. Accepteer de cookies als u alle functionaliteiten van deze website wilt gebruiken.

Frans Smeulders

Geschreven door Jef van Tilburg.

Aon de praot mee……. Frans Smeulders (37) 
 

“Pot verdieme, tju, verdoeme, verdoeme”

André Moors

Vooraf
Voor elke Van Wirskaante loop ik als schrijver van deze artikelenreeks mijn namenlijstje na. Mijn keuze viel deze keer op Frans Smeulders, voor velen in Baarle bekend als ‘Franske dun Elektrieker.’ Bijna zijn hele arbeidzame leven is hij in dienst geweest van de gemeente Baarle-Hertog en was hij verantwoordelijk voor het elektriciteitsnet, zowel bovengronds als later, ondergronds. Bovendien is hij al vele jaren een liefhebber van wapens (met vergunning), hield hij van de jacht en was actief bij de brandweer van Baarle-Hertog. Voorwaar een man die interessante en wetenswaardige dingen zou kunnen vertellen.

Op een avond bel ik bij Frans en zijn vrouw Lydie aan. Ze nodigt mij uit om in hun appartement bij ‘de Croon’ naar boven te komen. Wel, ik doe mijn verhaal en vraag Frans of hij aan een interview wil meewerken. Dan begint hij in zijn rolstoel heftig te bewegen en spreekt verkrampt de volgende woorden: “Pot verdieme, tju, verdoeme, verdoeme!” Het blijken woorden te zijn die Frans heel vaak uitspreekt. Maar triest genoeg, daar blijft het dan bij. Gelukkig wordt het mij niet kwalijk genomen dat ik niet wist dat Frans niet meer kan praten. Lydie legt het uit. “Onze Frans heeft enkele jaren geleden een hersenbloeding gehad en sindsdien kan hij niet meer praten. Maar gij vindt het fijn om jouw levensverhaal in Van Wirskaante te krijgen, hé Frans?” En hij straalt van oor tot oor en knikt instemmend.
Met hen maak ik de nodige afspraken. Die houden o.a. in dat Lydie een aantal zaken, die Frans in zijn leven heeft meegemaakt, op papier zal zetten. Als geen ander kent zij Frans immers. Lydie: “Bij twijfel communiceer ik altijd met Frans door hem vragen te stellen die hij kan beantwoorden door goedkeurend of afwijzend met zijn hoofd te bewegen. We gaan meewerken aan het interview, hé Frans?” En opnieuw straalt hij van oor tot oor. Beiden vinden het prima dat ik ook nog met enkele Baarlese mensen ga praten met wie hij veel contact heeft gehad. We drinken samen nog een glaasje fris en als ik weg ga, knijpt Frans mij stevig in mijn hand, straalt weer van oor tot oor en zegt dan opnieuw de weinige, maar oh zo veelbetekenende woorden: “Pot verdieme, tju, verdoeme, verdoeme!”

Wie is Frans Smeulders
Frans werd geboren in Wuustwezel (België) op 20 oktober 1928. Hij wordt dit jaar dus 81 jaar. Frans is een zoon van Alfons Smeulders en Maria Van de Cloodt. Ook zijn beide ouders zijn afkomstig van Wuustwezel. In het gezin waarin Frans opgroeide, was hij het derde kind van de zeven en de eerste jongen. Na hem werden nog vier jongens geboren. Van die vier overleden er helaas twee op jonge leeftijd. Frans trouwde met zijn vrouw Lydie Van Hal op 25 oktober 1952. Lydie werd geboren in Hoogstraten op 15 december 1929. Zij is een dochter van Karel Van Hal, geboren in Beerse (België) en Maria Geerts, eveneens geboren in Beerse. De moeder van Lydie is 101 jaar oud geworden. Volgens Lydie is dat toen in Wuustwezel volop gevierd. Frans en Lydie kregen twee kinderen. De oudste is Alfons, geboren op 1 september 1953. Alfons trouwde in september 1978 met Ria Kerremans. Zij kregen twee kinderen, Frank (29) en Geert (27). Carl werd geboren op 25 februari 1955. Hij is ongehuwd en woont in een appartement in de Uitbreidingsstraat.

In heel Baarle is Frans bekend als ‘Franske dun Elektrieker.’ Hij was in dienst van de gemeente Baarle-Hertog als gemeente-elektricien vanaf zijn aanstelling op 1 januari 1951 tot aan zijn pensionering in 1991. Hij stond heel zijn loopbaan 24 uur per dag klaar om klussen te klaren en stroomstoringen op te lossen.

De jeugdherinneringen van Frans

Lydie leest voor uit haar aantekeningen en licht haar verhaal, waar nodig, met zichtbare instemming van Frans toe. “Frans zijn vader werkte aan de gemeente in Wuustwezel. Voor hij naar zijn werk ging en als hij ’s avonds weer thuis kwam, verzorgde hij bij de secretaris de bloemenkasten en de druiven die in de serre stonden. Als oudste jongen moest Frans na school mee gaan helpen. Daar is zijn grote liefde voor en kennis van bloemen vandaan gekomen. Frans heeft zelf ook altijd veel bloemen gehad. Hij volgde de gemeenteschool van Wuustwezel. Daarna ging hij op leercontract werken als gemeente-electrieker in Wuustwezel. In zijn vrijde tijd was Frans altijd bezig met de jeugdbeweging. De Jonge Katholieke Jeugd (J.K.J.) van de arbeidersjeugd. Hij woonde veel vergaderingen bij, organiseerde bosspelen en Sinterklaasfeesten voor de kinderen. Sinterklaas kwam in die tijd thuis bij de kleine kinderen. Maanden van tevoren maakte Frans samen met anderen van de J.K.J. speelgoed. Lekkernijen werden bij de plaatselijke winkels opgehaald. Op een gegeven moment reed Sinterklaas en zijn gevolg een greppel in. De mijter van de Sint schoof helemaal over zijn oren. De Sint was wel lichtjes gekwetst, maar liet zich niet kennen. Alles ging gewoon door. Met zijn kameraden ging Frans met de kermis in Wuustwezel van de ene crêmerie naar de andere. Hij vond namelijk ijs héél lekker. Pas toen we in Baarle woonden, heeft hij zijn eerste pint en een citroentje met suiker gedronken,” aldus Lydie.

Verkeringstijd
Op een gegeven moment had Frans een oogje op Lydie gekregen. Dat was volgens haar in die tijd helemaal anders dan nu. “Eventjes wat samen buurten en dan gingen Frans en ik weer terug naar ons eigen huis bij onze ouders. Ik werkte in mijn jonge jaren op kantoor bij notaris Van Olmen in Brecht. Frans en ik kenden elkaar van de jeugdbeweging. We zaten beiden in de leiding. Nee, nee, het was niet gemengd! Met Hemelvaart gingen we ieder jaar in Antwerpen naar Rerum Nevarum. Dat was een feest voor de arbeiders. Met de tram gingen we daar dan naar toe. De jongens zaten apart in een coupé en de meisjes ook. Ik zag onze Frans graag. Hij was een knappe gast. Ik dacht dikwijls, ik, zo’n doodgewoon meisje, dat ik hem nog kan krijgen ook! Op een gegeven moment kwam de pastoor bij ons thuis aan de deur. Hij zei mij dat ik geen contact meer moest hebben met Frans. Want, zei hij, we hebben hoge verwachtingen van Frans als leidinggevende bij de jeugdbeweging. Nou, wij trokken ons daar niets van aan natuurlijk. Tijdens onze verkeringstijd moest Frans in militaire dienst. Ook in zijn soldatentijd zorgde Frans voor zijn medesoldaten. Hij was daar helper bij de MILAC, een vereniging die zorgde voor de soldaten die geen contact meer hadden met thuis. Hij zorgde er dan voor dat die soldaten brieven kregen van inwoners uit hun dorp. Een hele organisatie was dat. Na de soldatentijd werd onze liefde serieuzer en moest er voor een vaste kostwinning gezorgd worden. Frans had ondertussen nog avondlessen gevolgd in Antwerpen en zo zijn diploma voor elektricien behaald. Alles bij elkaar hebben we vier jaar verkering gehad. We hadden het goed samen. Uiteindelijk zijn we op 25 oktober 1952 getrouwd.”

De gemeenteraad van Baarle-Hertog kiest voor Frans
Zo’n anderhalf jaar vóór Frans en Lydie trouwden, werd er door de gemeente Baarle-Hertog een examen uitgeschreven voor elektricien. Frans schreef zich in. Van gemeentesecretaris Jan Vervoort kreeg ik een kopie van het uitreksel uit de notulen van de gemeenteraadsvergadering van 28 november 1950. Aan die raadsvergadering namen deel burgemeester J. Loots, schepenen A. Leestmans en A. Olieslagers en de raadsleden J. Bax, J. Verhoeven, J. Van Beek, J. Viskens, A. Jespers en tot slot secretaris J. Van Haeren. Volgens dat raadsverslag waren er drie kandidaten. In het raadsverslag staat dat Frans op de bekwaamheidsproef 77 punten behaalde op 100. Aan het slot van de beraadslaging wordt er overgegaan tot een geheime stemming. Op Frans worden zeven geldige stemmen uitgebracht op acht.
Het raadsbesluit luidt alsvolgt: ‘De heer Smeulders Frans, die door de ingediende stukken bewijst dat hij aan alle gestelde voorwaarden voldoet, wordt benoemd tot gemeente-elektricien ten vasten titel der gemeente Baarle-Hertog. Hij zal definitief in dienst treden vanaf de goedkeuring en benoeming door de Bestendige Deputatie (1 januari 1951).”

Na zijn aanstelling gaat Frans wonen in de Klokkenstraat in Baarle-Hertog. Later, als ze getrouwd zijn, huren ze daar een huis. Lydie: “Op 24 februari 1955 kochten wij grond naast de garage van Dorus Adriaensen. De straat heet tegenwoordig Uitbreidingsstraat. Vroeger noemde men dat de Akkers. De oude zandweg liep naar het voetbalplein van Dosko. We bouwden er vol trots ons eigen huis.”

Werken als gemeente-elektricien
Volgens gemeentesecretaris Jan Vervoort was binnen het toenmalig Belgische systeem de gemeente verantwoordelijk voor het aanleggen en onderhouden van het laagspanningsnet, het leveren van stroom bij de mensen en het innen van de stroomrekeningen. Jan: “De gemeente kocht hoogspanningsstroom aan. In cabines werd die getransformeerd naar 130 volt, later naar 220 volt. Het elektriciteitsbedrijf was een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Eind 80-er, begin 90-er jaren is de gemeente gestopt met het eigen bedrijf en is overgegaan naar Iveka. We kregen toen aandelen.
De gemeente had voor het toenmalige elektriciteitsbedrijf één werknemer in dienst en dat was Frans. Hij was fier op zijn werk. Bepaalde zelf de prioriteiten. De lamp draaide altijd. Hoe iets gemaakt moest worden? Pragmatisch ingesteld als Frans was, vond hij dat niet zo belangrijk. De stroom lag er vooral bij storm vaak uit. Frans had altijd een pieper bij zich. Stond zeven dagen gedurende vierentwintig uur per dag klaar. Frans en Lydie hadden een zomerhuisje in Domburg. Als hij daar bij zijn vrouw was en de pieper ging af, kwam Frans meteen terug. Hij droeg speciale schoenen om voor houvast te zorgen bij het klimmen in de betonnen palen. Bij het klimmen in houten palen had hij beugels om zijn schoenen en een leren band om zijn lijf en de paal. Zo trok hij zich omhoog en daalde weer af.”

Met Harrie Pellis heeft Frans meer dan dertig jaar samengewerkt. Harrie deed de administratie op het gemeentehuis van Baarle-Hertog. Harrie: “Mijn grootvader Piet Pellis wekte in de twintiger jaren stroom op met een generator en leverde dan die stroom aan un aantal huishouwens. Om tien uur ’s aovonds knipperde in die tijd het liecht un paor keer. Even later zorgde mijn grootvader er dan veur dat bij iedereen het liecht uit ging. In de beginperiode met Frans waren we maar mee zun vieren op ut gemeentehuis. Secretaris Van Haeren, voorwerker Fons Bierings, veldwachter Jef Marcelis, Frans en ik. Frans hai zun werkplaots in un ruimte op de begane grond van het toenmalige gemeentehuis. Frans nam ook bij de inwoners de meterstanden op en ging bij hen om de drie maonden de stroomrekening innen. Soms moesten we wel eens wochten op ons salaris. We moesten dan wochten tot Frans het geïncasseerde geld meebracht.”

Zoals eerder vermeld, Frans was 24 uur per dag paraat als gemeente-elektricien. Lydie: “Het was een keer zelfs zo dat Frans met Kerstmis met een gebroken been zat. Er was stroompanne in de Parallelweg die Frans toch is gaan maken. Er was namelijk geen vervanger. Maar dat was altijd zo. De verwarming op school was bijna wekelijks kapot. Gewoonlijk op zaterdagavond ging hij daar dan alles proper maken. En stinken naar de mazoet dat hij dan deed! Ik kon daar niet tegen als hij weer thuis kwam. Wat een verschrikkelijke geur! In het begin deed Frans zijn werk op de fiets. Later met een motor met zijspan en weer later met een lelijk eendje. De benzine voor zijn werk moest hij allemaal zelf betalen. “Maar ja, gemak went.” Na de oorlog heeft Frans volgens Lydie alle kabels van de elektriciteit onder de grond gebracht. “Maar voor ik het vergeet, Frans heeft samen met anderen nog een bijzondere taak verricht. De dode mensen die hier aan de kerk begraven waren, kregen een andere rustplaats op het nieuwe kerkhof aan de Molenstraat. In alle vroegte werden de stoffelijke resten in kistjes op een duwkar naar het nieuwe kerkhof gebracht,” aldus Lydie.

Zijn jachtvriend Remie Bruurs noemt Frans ‘unne plantrekker.’ “Frans zat nergens gin klote mee in! Op zun werk was hij ook eigen baos. Maar Frans was wel unne vakman. Unne goeie elektricien en unne snelle werker,” aldus Remie. Oud-burgemeester Fons Cornelissen zegt van Frans dat hij ervaren en deskundig was. Hij was volgens hem gezellig, een harde werker en een chauvinist. Fons: “De hoogspanning kwam de geminte binnen vanaf Merksplas via de Electrieke Baan. Op de Tommel, tussen Karel Dirven en de familie Schoenmakers-Dirven stond de stroomcabine. Heel Baarle-Hertog stond in de beginjaoren vol mee paolen waaraan de stroomdraoden hingen. Frans mokte lange daogen. Keek niet op un uur. Hij was gerust in zun werk. Als hij gin of onvoldoende materiaal bij zich had, herstelde hij de panne op zijn manier. Frans was ook un man die niet zo veul hield van veranderingen of vernieuwingen.”
Volgens zijn vriend Ad Haneveer was Frans in zijn werk erg gedreven. Hij wilde resultaat zien. “Met beperkte middelen en dus soms mee kunst en vliegwerk moest Frans de stroomvoorziening in stand houwen. Hij was creatief in ut oplossen van mankementen. Hij nam volgens mij ook wel risico’s. Hij hai ut idee dat hum nooit iets zou overkomen.”

Lydie: “Op de Turnhoutseweg, tegenover Sjat Vermeeren, daar waar nu Don Quichotte zit, heeft Frans nog eens heel veel geluk gehad. De mannen van de hoogspanning hadden in de cabien gewerkt. Op die fatale middag hadden ze per abuis de verkeerde stroom afgezet. In ieder geval niet die van de Turnhoutseweg. Frans klom daarna in een paal om daar boven aan de stroom te werken. Meteen bleef Frans als een magneet aan de stroomdraad hangen. Hij kon niet meer van de stroomdraad los komen waarop een spanning stond van 220 volt. Als een gek is toen Fons Bierings, die ook in dienst was van de gemeente Baarle-Hertog, aan de slag gegaan om alle hendels in de cabien uit te schakelen. Toen dat gebeurd was kon Frans pas los komen. Toen hij terug op de grond was, kreeg hij een inzinking. Was helemaal verkrampt. Spieren in zijn rug en armen waren gescheurd. Hij had ook overal brandwonden. Frans is toen niet naar het ziekenhuis gegaan. Dat is eigenlijk te gek voor woorden. Hij vond namelijk dat hij op post moest blijven. Er was immers geen vervanger. Nadat hij drie dagen zo min mogelijk had gedaan, is hij weer stillekes aan het werk gegaan. Vanwege dat accident moet hij iedere maand, tot op de dag van vandaag, een inspuiting hebben. Frans heeft heel vaak gezegd, Fons Bierings heeft mijn leven gered.”

Lid van het brandweerkorps
Omdat Frans actief was als gemeente-elektricien, was hij ook verplicht om deel uit te maken van het brandweerkorps van Baarle-Hertog. Lydie: “Frans was altijd, maar dan ook altijd van de partij. Hij bluste mee branden, deed mee aan oefeningen en was van de partij als er wedstrijden georganiseerd werden. Het verzorgen van de slangen hoorde ook bij het werk van Frans. Na een brand of oefening hing hij ze terug te drogen. Als ze droog waren, rolde hij die weer op en bracht ze op hun plaats.” Ad Haneveer: “Frans was un heel fanatieke brandweerman. Hij kos jongere spuitgasten heel goed motiveren. Hij leerde ons om mee de beperkte middelen die we han, un zo maximaal mogelijk resultaot te behalen. Na un oefening of brand wier ut saomenzijn afgesloten mee un paor pinten. Frans kwam gère in ut café waor nou ut restaurant ‘de Twee Leeuwen’ zit. Cafébaas was er toen ‘Rooie Toon’. We han nog eens een brandweeroefening daor waor nou café ‘de Tourmalet’ is. We gingen unne pint drinken toen nog niet alles opgeruimd was. Toen Frans wir buiten kwam, zag hij da de standpijp (aansluiting voor de waterleiding) was gepikt. En het was Frans zijn verantwoordelijkheid om te zorgen veur ut materiaal. Binnen un week was hij er achter gekomen wie de pijp hai gepikt. Want Frans kwam overal, hoorde alles en wies alles.”

Jagen en andere hobby’s
Rommelmarkten afstruinen was volgens Lydie ook een grote hobby van Frans. Hij deed dat altijd samen met de moeder van Karel Kerremans. Frans is altijd een grote liefhebber geweest van de jacht. Volgens Lydie heeft hij dat geërfd van zijn vader en grootvader. “Onze Fon heeft dat ook geërfd. Onze Carl daarentegen is eerder tegen de jacht. Frans was ook bij de schuttersvereniging. Bij Neel van Loon bij de flobertclub en voor de luchtbuks bij Toon van de Lindeloof in de Stationsstraat. Frans nam in zowel Holland als België deel aan schietwedstrijden. En hij kon héél goed schieten. Zo werd hij Koning in Hoogstraten met de flobert. Met enkele ploeggenoten werd hij kampioen van Nederland bij de open kampioenschappen luchtbuks.” Volgens Remie Bruurs van de Alphenseweg, jarenlang zijn jachtvriend, was Frans een uitstekend jager. Had goede ogen. Remie: “We jaogden veul op de Huisvennen en Boschoven en aon de Hoogstratensebaan, de Buck zo gezee. Frans hai ook unne goeie jachthond. We schoten veul. We kwamen altij thuis mee un paor konijnen en hazen, duiven en unne fazant. Buiten ut jachtseizoen mocht er alleen maar geschoten worden op bosduiven en konijnen. Hij hee op unne dag wel honderd bosduiven naor beneden geschoten. Bij ut voetbalplein van Gloria han we nog eens vergunning gehad om te liechtbakken. We hebben toen zeker honderd konijnen opgeruimd. Liechtbakken gaot ut best bij slecht weer. Dan zijn de konijnen bang van de wènd die deur de bomen waait.”

Ad Haneveer is al wel vijftig jaar bevriend met Frans. Ad: “Als electrieker kwam ik Frans overal tegen. En ut klikte. Frans sjachelde in allerlei materiaolen en machines. We han allebei passie veur ouwe spullen. Op un gegeven moment hai Frans een houtbewerkingmachine op de kop getikt. Hij vroeg mij toen, is da niks voor jou? Vanaf toen groeide onze vriendschap. Ge kost aon Frans alles vraogen. Hadde hulp nodig? Hij was er. Hadde spullen nodig? Hij hai ze. Frans was in men ogen unne echte nationalist. Op en top Belg. Hij verloochende da niet. Kwam er veur uit en kos er uren over praoten. Hij was trots om Belg te zen. As ie de Belgische vlag droeg, dan was ie fier. Saomenwerken mee de Hollandse geminte vond ie dan ook wel eens moeilijk. De oudstrijders in Baol waren lange tijd unne groep. Omdat er steeds meer weg vielen, richtte Frans de club ‘Vrienden van de Oudstrijders’ mee op. Cor Valgaeren was daar ook bij betrokken. Ieder jaor liep Frans tijdens de dodenherdenking mee de Belgische vlag voorop.”

Zwaar auto-ongeluk van zoon Carl
Als zoon Carl achttien jaar is, krijgt hij nabij landgoed Schaluinen op de Turnhoutseweg een zwaar auto-ongeval. Lydie: “Het was die bewuste nacht ontzettend mistig. Je zag geen hand voor de ogen. Mark Van Haeren, de vriend van onze Carl, zat achter het stuur en knalde op een boom. Gelukkig vielen de kwetsuren voor Mark mee. Onze Carl liep onder andere verscheidene schedelbreuken op. Een half jaar lang lag hij in het ziekenhuis. Weken lang lag hij in coma. Deze miserie is voor de familie zwaar te verwerken geweest. Het was een echt moeilijke tijd.”

In den bak
“Vlak voor Carl het auto-ongeluk kreeg, hadden we een wapenwinkeltje opgestart. Want wij konden wel een paar extra francen gebruiken. Het loon van Frans bij de gemeente was namelijk niet zo groot. Natuurlijk had hij voor die wapenhandel een vergunning. Maar toch ging het op een gegeven moment fout. We kregen moeilijkheden met de wapenhandel Holland - België. Het is moeilijk om het allemaal uit te leggen. Hij werd veroordeeld voor illegaal wapenbezit. Frans is zich echter tot op de dag van vandaag van geen kwaad bewust. In zijn beleving had hij niet meer dan wat ‘gehobbyd’. Maar het werd in ieder geval zo gedraaid dat Frans vijf maanden in de gevangenis van Merksplas heeft ‘gewoond’. Frans paste er goed op en bouwde er een goede naam op als elektricien. De hele elektriciteit heeft hij daar in orde gebracht. Ik heb onze Frans in het gevang verschillende keren bezocht. Toen zijn moeder ernstig ziek was, mocht hij een keer op ziekenbezoek. Naderhand is alles wel in ere hersteld maar we hebben toch een hoop ellende meegemaakt. We zijn het nog steeds niet vergeten.”

Fons Cornelissen: “Frans hai un vergunning voor wapenbezit. Hij haolde er gin kattenkwaod mee uit. De wapens stonden bij hem thuis in unne glazen kast. Toch wier hij veroordeeld tot ik meen vijf maonden gevangenis, wegen het ombouwen van een pistool waor ge overigens niks mee kon. Toen Frans in Merksplas in het gevang zat, heb ik hem nog un brief gestuurd. Men wou hem naomelijk bij de geminte ontslag geven, mar ik vond da niet eerlijk. Privé-perikelen koppelen aan oe werk, daor motte volgens mij voorzichtig mee zen. Wa de geminte betreft, had hij volgens mij niks verkeerd gedaon. Zo is er vertrouwen gegroeid tussen hem en mij.” Vermeldenswaard is ook dat Frans volgens Fons ontzettend veel liefde had voor zijn vaderland. “Gin specifieke liefde veur Vlaanderen, mar voor België. Oh wat was ie fier op de Belgische vlag.”

Vakanties
Vakanties? Dat woord komt in het woordenboek van Frans niet voor. Lydie: “Een keer per jaar gingen we met de reisvereniging uit Baarle met de bus op stap. Maar Frans is nog nooit van zijn leven op vakantie geweest. Hij meende dat hij altijd thuis moest zijn om stroomcalamiteiten voor de mensen op te lossen. Hij was tevreden thuis. Ga zo iemand maar eens zoeken. Veel zullen er niet zijn. Frans was ook altijd gelukkig als hij in zijn stukje bos op Schaluinen was.”

Goede en slechte herinneringen aan Domburg
Om gezondheidsredenen waren Lydie en haar zoon Carl vaak in Domburg in hun vakantiewoning. Als Frans veertig jaar in dienst is geweest bij de gemeente Baarle-Hertog, gaat hij met pensioen. We schrijven dan 1991. Vanaf dan is hij ook vaak, vooral in de weekenden, te vinden in Domburg. Lydie: “Hij verzorgde er dan de bloemen en als er iets kapot was repareerde hij dat. Hij hield van de frisse lucht. Hij wandelde veel met de honden naar de zee. Vier jaar geleden lag ik drie maanden in het ziekenhuis. Frans was in die tijd altijd in Domburg. Net als ik drie dagen uit het ziekenhuis ben ontslagen, krijgt Frans op 1 februari een hersenbloeding. Hij kon niet meer praten en was aan één zijde verlamd. Verschrikkelijk. Geruime tijd verbleef Frans in het ziekenhuis in Turnhout. Gelukkig stonden wij al een tijdje ingeschreven voor een aanleunwoning in de Croon hier in Baarle. We konden er vrij snel, ruim vier maanden na de hersenbloeding van Frans, naar toe.”

Goede verzorging in ‘De Croon’
Frans en Lydie zijn zeer te spreken over hun appartement in De Croon en de verzorging die hun geboden wordt. “Het appartement is voor twee oude mensen lekker ruim. We hebben veel bezoek. Onze kinderen komen iedere dag. Soms wel twee keer. ‘s Avonds doe ik iets op de computer. We kijken een beetje TV en buurten nog wat over vroeger. Met heel veel plezier denken we nog terug aan de viering van onze gouden bruiloft in 2002. We vierden dat op een boot. Heel veel mensen hebben dat toen met ons mee gevierd. Het was een echt toffe dag.
Frans slaapt hier in huis in de kamer hiernaast. Ik slaap altijd in de zetel. Vanwege mijn open benen kan ik die namelijk niet stilhouden. Om half negen ’s avonds komt de verpleging Frans in bed leggen. Hij slaapt ‘in enen ros’ door. Hoort helemaal niets. Om middernacht en om zes uur ’s morgens is er weer controle of alles nog goed gaat en of er nog iets nodig is. Rond acht uur worden we weer verzorgd en de nieuwe dag kan beginnen. Ja, de verzorging is hier af. Zijn hersenbloeding heeft Frans eigenlijk goed kunnen verwerken. Het gaat goed met hem, zou je kunnen zeggen. Hij is altijd even vriendelijk. Maar dat hij niet meer kan praten, vindt hij verschrikkelijk. Hij windt zich erg op als hij iets wil zeggen en het lukt hem niet. ‘Pot verdieme, tju, verdoeme, verdoeme’, waren ook zijn eerste woorden direct na zijn hersenbloeding. Bij die woorden blijft het helaas nog altijd. Ik zelf kan goed met de handicap van Frans om. Maar ja, ik heb ook geen keus. Omdat ik heel veel last heb van open benen, ben ik zelf ook niet meer zo mobiel, “aldus Lydie.

Afscheid
Alvorens afscheid te nemen van Frans en Lydie lees ik het uiteindelijke resultaat van het interview voor. Uit zijn lichaamstaal en zijn brede glimlach blijkt dat hij fier is dat zijn levensverhaal en foto’s in Van Wirskaante komen. Hij bevestigt dat ook met een stevige handdruk. En natuurlijk spreekt hij dan weer de woorden uit ‘Pot verdieme, tju, verdoeme, verdoeme.’ Nou Frans, wij van Amalia vonden het ook ontzettend leuk om jouw levensverhaal aan het papier toe te vertrouwen. En natuurlijk danken wij Lydie voor haar inzet in deze. Namens alle leden van onze heemkundekring wil ik jullie bedanken voor de geweldige bijdrage aan dit artikel. Het gaat jullie goed!

Lydia is op 6 april 2013 overleden


 

 

 

Informatie over de website  Sociale media Onderhoud
Privacy verklaring  sm facebook 50sm twitter50sm dodendraad 50instagram 2 Service en onderhoud sk 50