Deze website gebruikt cookies. Accepteer de cookies als u alle functionaliteiten van deze website wilt gebruiken.

Jeanne Meeuwesen

Geschreven door André Moors.

Aon de praot mee (26)……. Jeanne Meeuwesen

Image

“Ik zal jou eens vertellen, ik heb bekaanst gin pilleke in huis”

André Moors

Baarle-Nassau, 31 juli 2006

Wie is Jeanne Meeuwesen-Paeshuijse
Jeanne Paeshuijse werd geboren op 28 mei 1919 in Arendonk. Ze is nu dus 87 jaar.
In het gezin van haar vader Jan Paeshuijse (geboren op 27 april 1885 en overleden op 19 augustus 1971) en van moeder Maria Steemans (geboren op 23 april 1879 en overleden op 9 april 1943), waren 5 kinderen. Jeanne groeide in het gezin heel gelukkig op, samen met haar 4 zussen en 1 broer. Op 19 juli 1941 trouwde ze met Frans Meeuwesen uit Baarle-Nassau. Frans zag het levenslicht op 3 oktober 1916 in het toenmalige ‘roethuisje’ bij het begin van de Chaamseweg. Op 8 februari 1986 overleed hij aan de gevolgen van een ernstige ziekte. De vader van Frans, Sooike, werd geboren op 6 juni 1881 en overleed op 17 oktober 1949. Moeder Nel Krijnen werd geboren op 26 juni 1886 en overleed op 24 maart 1940.
Jeanne en haar man Frans hadden in Baarle in de Pastoor de Katerstraat tientallen jaren een schoenenwinkel. Ze kregen 4 kinderen, 2 jongens en 2 meisjes. Heel erg trots is Jeanne op haar kinderen en inmiddels op haar 7 kleinkinderen en 5 achterkleinkinderen. De kinderen zijn volgens haar allemaal goed op hun plek gekomen. Dat haar jongste zoon in de voetsporen is getreden van zijn ouders, doet haar deugd. Hij runt een goed lopende schoenenzaak op de hoek van de Nieuwstraat en de Desiree Geeraertstraat.

Dat ik “Aon de praot” ben gegaan met Jeanne, is vooral ingegeven door het feit dat ze al jaren intensief bezig is met de geneeskrachtige eigenschappen van kruiden. In haar tuin aan de Burgemeester de Grauwstraat staan er zo’n zestig verschillende. Het moet gezegd, ze weet er heel veel van. Als ze praat over kruiden, doet ze dat met héél veel overtuiging. Het enthousiasme straalt van haar gezicht.
Er zijn mensen in Baarle die haar liefkozend ‘het kruidenvrouwtje’ noemen. Inderdaad, ze is klein van postuur. Maar nog zó kras dat veel jonge ouderen er jaloers op kunnen zijn. Hoe dat volgens haar komt? Door heel gezond te leven en dankbaar gebruik te maken van de kruiden die Moeder Natuur ons geschonken heeft.

Haar jeugdjaren
Jeanne heeft, zegt ze, een heel fijne jeugd gehad. Haar ouders waren volgens haar hardwerkende mensen. Haar vader was bouwvakker.
Jeanne: “We woonden midden in het dorp, in de Koeistraat. We han unne grote tuin mee veul fruitbomen en planten. Toen al vond ik in de tuin zijn héél fijn. Ik was de vierde in de rij van kinderen. Eén van mijn zussen is 42 jaar lang missiezuster gewiest in de Congo. Ze verzorgde er melaatsen. Toen ze nog maar heel klein was, wou ze al zuster worren. Ik ben op school gegaon bij de nonnekes. Ik was toch wel altij bij de beste leerlingen. Veural aardrijkskunde dee ik heel graog. Zo heb ik altij onthouwen dat de Schelde ontspringt op de hoogvlakte van St. Quentin in Frankrijk.”
Als Jeanne 14 jaar oud is, is ze klaar met de lagere school. Zoals zovelen uit de streek, gaat ze werken bij de sigarenfabriek van Karel I in Reusel.
“Ons Anna werkte er ok al. Ik mos naast haar gaan zitten. Ik mos het binnenste van de sigaar maken en mijn zus rolde de sigaren in. Later ben ik naor de sigarenfabriek in Arendonk gegaan. Mijn broer was er chef. In den oorlog werd ie gevangen genomen en naor Duitsland gebrocht. Den baos vroeg of ik zijn plaots in wilde nemen. Ik had er schrik van, want ik had geen ervaring mee chef te zijn. As ut nodig was mos ik ook die ouwere mannen op ut matje roepen en zeggen, dè en dè hedde nie goed gedaon aan die sigaar. Probeer dè de volgende keer beter te doen. Het ging me toch wel goed af. Laoter zeeën ze dat ik ut goed gedaon had.”

Jeanne werkt op de Karel I fabriek tot haar trouwen. “Toen kos ik gaan werken bij unne sigarenmaker in de Leliestraat in Baol. Hij was nie getrouwd, was alleen. Onze Frans wou nie hebben det ik er ging werken. Hij was un bietje jaloers, denk ik!”

Jeanne leert haar Frans kennen
“In Arendonk woonde unne drukker. Die liep altij achter men aan. Grootmoeder zee altij tegen ons moeder: dieën drukker komt hier dikwijls langs, die komt veur jullie Jeanne. Mar ut klikte gewoon nie. Wa doede daar aan. Ik hai un vriendin en die zee: ik begrijp nie dè ge nie mee hum gaot. Ik zeg, gaode gij er dan mee! Dè hee ze gedaan en ze is er nog mee getrouwd ook! Ze hebben altij un goeie zaok gehad. Ik ben toen toch mar mee unne arme jongen getrouwd!”

Jeanne vervolgt haar verhaal: “Ik zag onze Frans veur het irst in 1939. Ik was mee men vriendinnen aan het fietsen langs het kanaal naar Ravels. Daar was ut kermis. Eén van de vriendinnen zee: ik zou toch eens moeten plassen. Langs het kanaal stond un café. Ze durfde nie goed naar binnen, want er zaten Hollanders. Ze treuzelde wa en toen kwamen onze Frans en die andere Hollanders naor buiten. Onze Frans zee toen: Goi eens achter op mijn fiets zitten. Ik dee da zonder erg. Zo is het begonnen. Hij hee men toen naor huis gebrocht.”
Aanvankelijk lag Frans niet zo hoog in de kast bij de moeder van Jeanne, zo blijkt.
“Ons moeder zee tegen men: God Jeanne toch, waor beginde aon. Unne Hollander! Ge kent hum van haor noch steirt! Op unne keer was ut zo’n slecht weer, dat ie bij ons is blijven slaopen. ’s Mergens naor de kerk. Het was zó druk dat hij achter in de kerk moest blijven staan. Toen ie terug thuis kwaam zeet ie: Wa is da hier toch aordig. Alle mannen die gin zitplaots han, bleven staon tijdens de consecratie. En wa dede gij vroeg ons moeder? Ik ben geknield, zee onze Frans. En vanaf toen was ut voort unne goeie! 
Er is unne tijd gewiest dat onze Frans de grens nie over mocht. We ontmoetten elkaor dan vlak aon de grens, bij de Kievit. Toen mos ik wel veul verder rijen dan hij. We buurten wa en gaven elkaor dan un kuske, want meer was er nie bij. Er was ginne seks voor het huwelijk. Da han we eigenlijk gerust kunnen doen, want het hee zeuven jaren geduurd veur ik in verwachting was! Op 19 juli 1941 ben ik mee onze Frans getrouwd.”

Frans en Jeanne hebben het goed samen
Na hun huwelijk worden in het gezin van Frans en Jeanne 4 kinderen geboren. Twee jongens en twee meisjes.
Ze denkt nog vaak met plezier terug aan de mooie jaren van vroeger. ”Onze Frans was schoenmaker van beroep. Hij heeft ook wel aandere stieltjes gehad. Zo heet ie bij ut spoor gewerkt en bij Lugano aon de Grens. Op unne gegeven moment hebben we in de Katerstraat de schoenwinkel overgenomen van Janus, de broer van onze Frans. Ik dee de winkel, de boekhouding en het huishouden. Als onze Frans nie thuis was, stikte ik ook wel eens un schoentje. Ik heb het werk in de winkel altij gère gedaan. De winkel hebben we zo’n 35 jaor gehad.
Ik denk ook nog dikwijls terug aan onze Frans. Hij kos heel goed zingen. Was ook bij het parochiekoor. Lange tijd was hij voorzitter van voetbalclub Dosko en hij zat in het bestuur van het Wit Gele Kruis. Na den oorlog richtten Gerrit Satter en onze Frans cabaretgroep ‘de Vrije Vogels’ op. Ze traden dikwijls op en han heel veul succes. Gerrit Satter was de komiek van het stel. Frans was de zogenaamde serieuze tegenhanger. Gerrit en Frans wieren het duo ‘GerFra’ genoemd. Oh ja, Jo Huijbregts speulde in de cabaretgroep trompet, Charel Flaes was de saxofonist en Jef van den Brandt speulde op zunne accordeon. Later zijn Gerrit Satter en onze Frans nog dikwijls amusaties gaan brengen op bruiloften en zo. Veul te vruug is onze Frans gestorven. Da was op 8 februari 1986. Hij rookte veul te veul en is aan een hersentumor gestorven. Hij was toen nog mar 69 jaar oud.
Nadat onze Frans dood was ben ik heel veul gaan fietsen, vooral met Maria Krijnen-Spitters uit de Bruhezestraat. Ook veul gewandeld. In de natuur zen, da is wel zó mooi. En dansen deed ik ook heel graag. Ik heb wel vijftien jaar gedanst bij de Belze en de Hollandse dansclub.”

Het ontstaan van de belangstelling voor kruiden
Zo ongeveer 25 jaar geleden maakt Jeanne kennis met Maurice Godefridie. Die had een kruidenwinkeltje op de Singel en wist heel veel van kruiden. Maurice richt in die tijd een kruidenvereniging op en Jeanne wordt meteen lid.
“Ik vond die kruidenvereniging heel erg leuk. We gingen veel wandelen en kruiden zoeken. Ik hield eigenlijk mijn hele leven al van de natuur. Gedurende die tien jaar dat ik lid was van de kruidenvereniging, schreef ik alles op. En ik kocht heel goeie kruidenboeken, onder andere boeken van Maurice Mességué en van de heilige Hildegard van Bingen. Ondertussen heb ik ongeveer twintig boeken over kruiden, waarvan zeven van Hildegard.
Hildegard leefde tussen 1100 en 1200. Als klein kind was ze al naar het klooster gegaon. Ze kreeg ‘van boven’ te horen wat kruiden allemaol kunnen betekenen voor de gezondheid van de mens. Later is ze da allemaal gaon opschrijven. Ook moest ze ‘van boven’ alles deurgeven aan de mensen. In dieën tijd waren er gin dokters. Veel kloosters hadden een kruidentuin. De mensen moesten zich behelpen met de producten uit de natuur. Nu zen de mensen slim. Kunnen alles met computers en zo. Toen waren de mensen wijs. Begrijp te?”

Aan de slag met kruiden
Al heel snel groeit haar belangstelling voor groenten, fruit en kruiden, welke goed zijn voor lichaam en geest. Maar vooral begint Jeanne steeds meer te geloven in het nut van kruiden. In haar eigen tuin groeien er steeds meer. Haar belangstelling wordt zo groot, dat ze ook een kruidentuin inricht achter de bloemenzaak van Bruurs en het Belgahuis. Die kruidentuin moet ze op een gegeven moment afstoten. Aan die tuin terugdenkend noemt ze hem nog steeds een ‘oase in de woestijn.’ Een paar jaar heeft ze ook nog een volkstuin met kruiden in gebruik gehad. Ze had toen 300 pompoenen per jaar.
“Ik weet wel, ik dram nie meer zo deur as vruger. Maar ik zal jou eens vertellen, ik heb bekaanst gin pilleke in huis! Ja, ik heb een pacemaker en moet alleen daarom wel eens een tabletje nemen. Da’s alles. Ik weet natuurlijk ook wel dat de mensheid ginne dokter kan missen. Maar als ge kruiden op de goede manier gebruikt, kun de ziekten voorkomen en hoef de niet zo dikwijls een beroep te doen op den dokter. Da weet ik zeker. Mensen met een ziekte die bij mij komen voor een advies, hebben dikwijls al veul te lang gewocht. Waar het op neer komt is dat as ge langer wil leven zonder gezondheidsproblemen, ge bereid moet zen om anders te gaan leven. Vooral matig eten en drinken en de goede producten gebruiken. In de huidige Westerse wereld zijn veul welvaartsziekten. Dikwijls het gevolg van overvloedig eten, drinken en roken. Ge moet je levensomstandigheden aanpassen. Ik weet ook wel, kankers zitten ook in de genen van de mensen. Maar als ik vroeger geweten had wat ik nou weet, hadden we toen ook anders gegeten.”

Ik word nu toch wel nieuwsgierig welke producten goed zijn ter voorkoming of genezing van bepaalden ziekten en aandoeningen. Jeanne steekt van wal en weet eigenlijk niet meer van ophouden. Ze weet werkelijk bijna alles van kruiden. En als ze het niet zeker weet, zoekt ze het op in haar kruidenboeken. Tijdens het gesprek loopt ze af en toe haar kruidentuin in, plukt een bloemetje of blaadje van een bepaald kruid en begint te vertellen. Bijvoorbeeld over de goudsbloem, tijm, kruizemunt, varkensgras, lavendel, rozemarijn, maagdenpalm, enzovoort. 
Volgens haar is het gebruik van paardenbloemen ontzettend goed. Jeanne: “Het ontzuurt, het reinigt, geeft glanzend haar en een stevig bindweefsel. Er wordt ook meer gal afgescheiden, ze wekken leven in ziel en lichaam, sterken, geven moed, zijn goed tegen de reuma, jicht en excemen. Vetdepo’s verdwijnen. Ook hedde minder last van aambeien door betere doorbloeding.
Laatst hoorde ik da iemand in z’n waai paardenbloemen aan het spuiten was. Ik zei nog, wa jammer dat ie dat doet. Maar ik zorg er voor dat ik altij paardenbloemen in mijn tuin heb. Vanmiddag eet ik weer wat paardenbloemblaadjes met basilicum en peterselie. Peterselie maakt goei bloed. Pompoenensoep eet ik drie keer per week. De pitten van de pompoen zijn trouwens heel goed voor de prostaat. Wa ook goed is voor de prostaat is zaad van de meloen. Daar moet je thee van zetten. Maar ook venkel, kleefkruid, bijvoet, amandelen, mariadistel hebben hun goede werkingen. Bijvoet geneest de ingewanden. Als ik ook maar iets voel aan mijn ingewanden, gebruik ik da. Het helpt. De beste tijd om kruiden te plukken is trouwens ’s morgens, als het droog is. Ik maak zelf ieder jaar alsemwijn. Die gaat verkalking tegen. Smeerwortel is ook bijna overal goed voor. Gewoon gras ook. Het volgt de mens op de voet. Overal groeit gras, het is wel zó goed. Koeien geven er toch ook melk van! Oh ja, voor ik het vergeet, spelt is het beste graan wat er is.”
Volgens Jeanne groeien kruiden gewoon in het wild. Maar het gekke is volgens haar dat als je een bepaald kruid nodig hebt omdat je een gezondheidsprobleem hebt, dat kruid spontaan in je tuin komt groeien. “Dat komt door de trilling van je lichaam en de natuur. Ik heb nooit varkensgras in mijn tuin gehad. Ik heb nu een tijdje last van wa suiker. En zie, er groeit nu varkensgras in mijn tuin. Da’s goed tegen suiker. Is da nie eigenaardig? Wis te gij dè goudbloemen goed tegen kanker?
Heel belangrijk is da ge groenten en zo goed wast. Ik was al mijn groenten met water en zout. Himalajazout is héél zuiver. Jozozout is het slechtste wat er is. 
Eigenlijk zou ik ook twee keer per jaar een aderlating moeten laten doen. Dokter van Hecke uit Meerhout doet da. Hij laat dan het vuile bloed weglopen. Dan krijg de minder snel huidproblemen en hartinfarcten.
 
As ik iets nieuws eet wat ik nog niet ken of al heel lang geleden is dat ik het at, pendel ik het product eerst uit. Ik doe dat met mijn trouwring aan een koordje. Ik breng dan de trilling van mijn hand over naar het product. Als de ring draaiende bewegingen maakt is het goed. Als ie dat niet doet, neem ik het product niet. Dan is da product nie goed voor mijn lichaam.”

Afscheid
Jeanne hoopt nog minstens een paar jaartjes mee te gaan, zegt ze. “Hoe oud ik word, weet ik nie. Ik wacht mar af. Ik heb er geen zeggenschap over. Ik denk ook nie dat er in de familie voor mij een opvolger zal komen. Alle vier de kinderen hebben interesse in gezonde voeding. Mar ik denk toch dat mijn hobby dood bloeit.   
Misschien volgt een van de kleinkinderen mij op? We zullen het zien.
Op zondag is vaak heel de bups aan kinderen en kleinkinderen bij mij in huis. Soms wel tien of twaalf man. Ik maak dan acht liter pompoenensoep of andere soep klaar. Nou, die lussen ze in ieder geval wel!”

Praten met Jeanne is, zo blijkt, geen enkel probleem. De tijd vliegt voorbij. En het moet gezegd, het was uitermate gezellig om met haar te praten over haar oprechte liefde voor kruiden. We maken dankbaar gebruik van haar aanbod om voortaan voor Van Wirskaante stukjes te schrijven over bepaalde kruiden.
Jeanne, heel erg bedankt voor dit interview. Namens alle leden van Amalia wensen wij jou nog een aantal gezonde jaren toe. Het ga je goed!

     

Informatie over de website  Sociale media Onderhoud
Privacy verklaring  sm facebook 50sm twitter50sm dodendraad 50instagram 2 Service en onderhoud sk 50