Deze website gebruikt cookies. Accepteer de cookies als u alle functionaliteiten van deze website wilt gebruiken.

Frans Van Gils 1 en 2 vierkant
Aon de praot mee...Frans Van Gils (deel 2)

“De kinderen en kleinkinderen komen heel goed overeen en als de hele bende bijeen is – zestien in totaal – dan zijn dat belangrijke momenten in ons leven.”

ANTOON VAN TUIJL

 In het eerste deel van het levensverhaal van Frans Van Gils las u over zijn ouders, zijn jeugd, zijn studententijd en opleiding en over zijn loopbaan in het onderwijs. In die verhalen tekende zich af, dat Frans al tijdens zijn werkzame periode ook bezigheden heeft buiten de schooltaken om. Hij is actief in de maatschappij. Net als zijn vader wordt hij op zeker moment voorzitter van de Gezinsbond. Vanuit die functie levert hij zijn bijdrage aan zaken die gericht zijn op het betrekken van gezinnen bij ontspannende en educatieve activiteiten. Die dienen om ouders en kinderen uit hun dagelijkse beslommeringen te halen, waardoor hun belevingswereld verbreed wordt. Voor Frans betekent dit voorzitterschap ook dat hij contacten heeft buiten de eigen kring en daardoor interessante mensen ontmoet.

Maatschappelijk actief
Over zijn vroege pensionering heeft Frans een helder standpunt. “Ik word op nog redelijk jonge leeftijd betaald door de gemeenschap. Dan hoor je iets terug te doen voor de maatschappij. Voordeel is wel, dat ik dingen mag doen die mijn interesse hebben en dat ik zelf mijn tijden kan bepalen!” Hij raakt bij meerdere zaken betrokken. Wij gaan er eens goed voor zitten om een en ander door te nemen.

Een van de eerste acties waar hij zijn schouders onder zet, is de totstandkoming van de Zondereigense kerststal. Frans hecht er waarde aan om bij elk project waaraan hij werkt, medewerking te zoeken van mensen die hun eigen specifieke kwaliteiten hebben. Op die gronden ontstaat er een comité van vijftien personen die samen, dankzij hun speciale vaardigheden, de mooiste kerststal realiseren van de wijde omgeving. Frans treedt hierbij coördinerend op en legt de nodige contacten. Waar het maar enigszins kan, zal hij er ook jongeren bij betrekken. Mocht er sprake zijn van een vorm van geestelijke of fysieke beperking, dan zijn ze zeker welkom!

De groepsbinding voor de vrijwilligers heeft ook veel aandacht. Daarbij speelt partner Els een belangrijke rol. Op werkdagen zorgt zij steeds voor koffie met smakelijke, zelfgebakken cake. Aan het eind van de kersttijd, als alles weer netjes opgeruimd is, schotelt zij de volledige werkgroep een smakelijke maaltijd. “Naast de mentale steun, is dit de manier waarop wij elkaars activiteiten ook praktisch ondersteunen,” zegt Frans.

Tegelijk met de ontwikkeling van een eigen dorpskerststal, ontstaat ook het idee om een kerstconcert te organiseren. “Het vraagt veel organisatie, maar geeft ook heel veel voldoening. Tot nu toe weten we steeds een goede kwaliteit te bieden.” Zowel Frans als Els zijn heel gelukkig met de inbreng die de Zondereigense kinderen leveren. Dat loopt zeer goed door de goede leiding van Maggie Van Mechelen en vroeger ook van Lief Proost.
Zij streven ernaar het concert laagdrempelig te houden. Het moet in hun ogen voor iedereen toegankelijk en aantrekkelijk blijven. Dat Els volledig betrokken is bij de kerstconcerten, is geen wonder. Muziek zit haar in het bloed. Zij is bijvoorbeeld nauw betrokken bij een tachtigkoppig orkest dat voor de helft bestaat uit mensen met een beperking. Poco-a-poco – Beetje bij beetje – heet het. Hierbij heeft Frans op zijn beurt een ondersteunende rol.

Geen leven zonder kunst
Kunst speelt een belangrijke rol in het leven van zowel Els als van Frans. Els schildert en volgde een scholing in ‘experimenteel schilderen’. Twee kleine doeken aan de muur laten zien dat deze schilderwijze bij haar leidt tot vrij strakke composities met een sober kleurgebruik. Els kan ook mateloos genieten van kunstzinnig bezig zijn met de kleinkinderen. “Gaan we schilderen?” klinkt het meermalen wanneer die op bezoek zijn.

Frans werkt met klei. “Nee,” zegt hij stellig, “ik ben geen pottenbakker. Ik maak vrije vormen die nu eens iets herkenbaars kunnen uitbeelden, maar ook abstract mogen zijn.” Huis en tuin bevatten daar mooie voorbeelden van. Els zorgt voor de schikking ervan. “Dat ziet zij veel beter dan ik,” oordeelt Frans. Toen Amalia in haar Heemhuis nog regelmatig tentoonstellingen organiseerde, is een fraaie keuze uit het werk van Frans er eens te zien geweest.

Zij beijveren zich ook graag om kunst naar onze omgeving te halen. Een voorbeeld daarvan, waar ze beiden met zeer veel voldoening op terugzien, is het kunstevenement ‘Kunst op het Hof’. Via publicaties komen zij dit evenement op het spoor. Het gaat om een route door een bepaald gebied in een van de Vlaamse provincies, waarbij kunstenaars hun werk laten zien op ongebruikelijke plaatsen, zoals een boerderij (hof), een erf, een schuur, een stal of een ander markant gebouw of landschapselement in het landelijk gebied. Dit idee boeit hen beide en ze gaan zo’n route rijden in het Pajottenland. De kunstmanifestatie die ze hier beleven, roept bij hen de gedachte en de wens op om dit project ook een keer naar onze streek te halen. Er is een kans, want de provincie Antwerpen is nog niet eerder aan de beurt geweest. Ze nemen contact op met de verantwoordelijke organisatoren en vernemen dat ze een gedocumenteerd plan kunnen indienen. Daar gaan ze samen eens goed voor zitten. Al gauw bedenken ze enkele sterke troeven. “Wij wilden er natuurlijk graag de twee kolonies bij betrekken,” legt Frans uit. “Bedenk bijvoorbeeld eens wat een pracht van een hoevecomplexen er in Merksplas-Kolonie en Wortel-Kolonie te vinden zijn! En vanzelfsprekend zagen wij ook dat we de grens- en enclavesituatie moesten inbrengen.” De organisatie komt in Zondereigen overleggen en wordt verrast door het feit dat Els en Frans de route al helemaal klaar hebben. Die valt zodanig in de smaak dat ‘Kunst op het Hof’ in 2008 naar onze dorpen komt. Een keur van kunstenaars presenteert zich, er zijn tientallen werken te zien en vele technieken zijn vertegenwoordigd. Het wordt daarmee een daverend succes, waar wel 5.000 mensen, fietsers en automobilisten, aan deelnemen. Vanwege het thema ‘Eten en drinken’ en daar bezoekende mensen tamelijk lang onderweg zijn, is er ook catering voorzien. Die wordt door de KVLV-afdelingen van Zondereigen en Merksplas verzorgd. Els is lid van de KVLV (Katholiek Vormingswerk voor Landelijke Vrouwen). Zij staat mede aan het hoofd van de cateringactiviteiten.

Daar waar kunst gepresenteerd wordt, hetzij in musea of anders in tentoonstellingen, zijn Els en Frans graag van de partij. Muziek trekt hen ook. We merkten dat al eerder in dit verhaal. Ze gaan graag naar concerten. Orgelmuziek geniet een zekere voorkeur. Onlangs nog bezochten ze een knappe uitvoering waarbij een stomme film – een oeroude Hitchcock – begeleid werd door orgelmuziek. “Een bijzonder ervaring,” beamen ze elkaar. Hun interesse op muzikaal gebied is overigens heel breed.

Wie verre reizen doet…,
“Wie verre reizen doet, heeft veel verhalen,” zegt het spreekwoord. Bij Frans en Els is dat helemaal waar. Aan een aantal reizen die zij ondernamen, bewaren ze bijzonder rijke herinneringen. Ze vertellen er graag over.
Een tweejaarlijkse uitstap ging al een aantal malen naar Engeland. Elke reis doet een andere landstreek aan. Het is een groepsreis die door een breed georiënteerde Engelandkenner grondig wordt voorbereid.
“De rijkdom van deze reizen zit in de ongekend mooie combinatie van reiselementen. Er wordt cultuur geboden met bouwkunst, beeldende kunst en muziek. Er is aandacht voor bijzondere plaatsen in de natuur. Culinair kom je niks tekort en de hotels zijn altijd verrassend,” zo vat Frans de geneugten van deze vakanties samen.

Een andere verre reis die indruk maakte, ging naar Ecuador. “Ik noem dit een inleefreis,” zegt Frans om zijn indrukken een toepasselijke naam te geven. De reisleider is een priester uit Antwerpen die naar aanleiding van de moord op een jonge Ecuadoriaan in zijn stad naar dat land trok en er ontwikkelingsprojecten op gang bracht. Het sterke punt in zijn activiteiten is dat het ene project geld opbrengt om een ander op gang te houden. Zo ondersteunen enkele boerderijen een ziekenhuis met een afdeling voor palliatieve zorg en een voor kinderen. “Wij hebben echt de kans gehad om ons heel sterk in te leven in de situatie van de mensen die daar leven en werken. Dat maakte deze reis zo indrukwekkend,” concludeert Frans.

Een beetje onverwacht kreeg Frans ook eens de kans om een zeiltocht mee te maken. Een vriend van een van de broers van Frans miste door omstandigheden een bemanningslid voor een zeiltocht langs een aantal Caraïbische eilanden. “We hebben maar liefst negentien eilanden aangedaan”, roept hij stralend bij de herinnering. “Dat was fantastisch! Ik was de kok. Niet dat ik zo goed kan koken. Els kan kóken en ik kan eten klaarmaken”, zo waardeert hij de culinaire kwaliteiten van Els en relativeert hij de zijne.

Een andere reis stond weer in het teken van kunst, maar dan wel op een bijzondere wijze. Een zus en schoonbroer van Frans wonen in Nieuw-Zeeland. Die twee zijn al heel lang kunstzinnig actief. Hun grote huis hangt en staat vol met kunstwerken en ze baten een grote galerie uit. Bij een bezoek van een gezin aan hun kunstzaak, horen zij hoe een van de kinderen de klacht uit: “Waarom kunnen alleen grote mensen kunst kopen en wij niet?” Deze opmerking laat hen niet los. Zij werken die vraag uit tot een uniek project. Gebruik makend van hun uitgebreide netwerk in de kunstenaarswereld en dat van hun vriend Jan Hoet (de onlangs overleden ‘kunstpaus’), nodigen zij een aantal van hen uit naar Nieuw-Zeeland. Daar krijgen die de opdracht een prent te maken in steendruk. Al die prenten worden tentoongesteld. Maar de namen van de makers – ook die van beroemde – zijn afgeplakt. Voor een ‘zachte’ prijs zijn de prenten te koop, alleen voor kinderen! Inmiddels waren er al van deze exposities in Australië, België, Nederland, Duitsland en Denemarken. Dat kinderen hier de ‘winnaars’ zijn, doet Frans zichtbaar goed.

Bron van veel vreugde
Wij snijden een nieuw onderwerp aan en Frans vertelt dat Els zijn tweede levenspartner is. Zijn eerdere echtgenote overleed. Uit de grond van zijn hart verklaart hij dat hij met beide zeer gelukkig was en is. Met veel warmte denkt hij terug. In1968 trouwt hij met Chris Lavrijsen uit Arendonk. Ook zij is leerkracht in het basisonderwijs. Twee jaar wonen ze samen in Arendonk. Nadien verhuizen zij naar Zondereigen. Hun gelukkige huwelijk schenkt hen twee kinderen: Joeri en Inge. “Het bloed kruipt waar het niet gaan kan,” verklaart Frans hun beroepskeuze. Joeri voltooit zijn studies als licentiaat in de Romaanse talen (leraar Frans). Inge behaalt het diploma van licentiaat lichamelijke opvoeding. Weer twee onderwijsmensen!
In 1994 echter overlijdt Chris.

Na enkele jaren alleen geweest te zijn, leert Frans Els Verbiest kennen Op 16 juli 1999 wordt zij zijn tweede levenspartner. Zij bracht haar zoon Stijn mee die zijn studies als doctor in de biologie voltooit. Ook Els is actief in het onderwijs. Eerst als leerkracht en later als technisch adviseur, coördinator, pedagogisch begeleider en inspectrice.

Het nieuwgevormde gezin telt nu dus drie kinderen, drie schoonkinderen (Lies, Filip en Cindy), en acht schattige kleinkinderen (Fien, Ebbe, Noor, Ella, Kas, Rune, Anna en Tor).
De kinderen en kleinkinderen zijn dus niet van hetzelfde DNA, maar “ze komen heel goed overeen en als de hele bende bijeen is – zestien in totaal – dan zijn dat belangrijke momenten in ons leven.”
Ze vinden het allemaal maar wat fijn om bij Els en Frans te gast te zijn. Dat Els een ware keukenprinses is, zal daarbij ook wel een rol spelen. In huize Van Gils wordt altijd groente uit eigen tuin gegeten.

Gezeten in de huiskamer, wat wij tijdens dit gesprek doen, hebben we zicht op een dorpstuin zoals ik die gewend ben. Ben je echter de verschillende zitjes gepasseerd, dan volg je een ogenschijnlijk verborgen paadje naar een kleurige bloementuin. “Els is van de bloemen,” legt Frans uit. Wanneer we nog dieper doordringen tussen hagen, komen we in Frans zijn domein. Een flinke kas bevat een verscheidenheid aan planten, sommige net opkomend. “Hier kunnen wij heel de winter oogsten,” wijst Frans in het rond. Nog verder – hoe diep zijn we inmiddels al in het Zondereigense buitengebied doorgedrongen? – staan paarse, witte en groene asperges, prei, mooie selderieknollen, kortom alles wat in een gezonde en gevarieerde keuken van pas komt. Aardbeiplanten, frambozen, bessensoorten, leiappelbomen; het staat er allemaal, tot kiwibessen toe. Frans probeert heel graag nieuwe tuinproducten uit. Dit jaar oogstte hij bijvoorbeeld voor het eerst zoete aardappelen.
Alles ziet er goed verzorgd en ordelijk uit. “Dat is een voorwaarde om niet teveel werk te hebben. Ik kan deze tuin samen met Els met één dag werk per week goed baas,” verklaart Frans. “Alleen in de oogsttijd kruipt er wel eens wat meer tijd in. Dan moet je er ook op het goede moment bij zijn.” Het zelf maken van confituren en soms een lekker drankje hoort bij de tuinactiviteiten.
“Wanneer je veel met je hoofd bezig bent, zoals wij in onze schoolloopbanen deden en nu ook nog wel doen, is werken in de tuin dé manier om even alles van je af te zetten. Dat doet echt goed,” geeft Frans zijn ervaring weer.

Feest voor Zondereigen
Herman Janssen, goed thuis in oude documenten door zijn stamboomonderzoekingen – komt op een zeker moment in het jaar van de eeuwwisseling langs bij Frans. Hij ontdekte dat in 1251 de naam Zondereigen voor het eerst vermeld staat in een documentenboek van de St.-Michielsabdij. Wanneer 2001 intussen met rasse schreden nadert, vinden zij het samen hoog tijd worden om het een en ander op gang te brengen voor de viering van het 750-jarig bestaan van het dorp. Een stelling die voor hen van groot belang is: draagvlak creëren! Zij laten een brief uitgaan naar alle verenigingen en op de eerste vergadering is een dertigtal personen aanwezig. Een goede start. Uit een ideeënpeiling komt een ruime lijst van mogelijke activiteiten op papier staan. Daar zorgt Els voor. Zij neemt de verslaggeving op zich.

Frans somt op: “Er werd gedacht aan een boek, een wandeling, buurtschappentoneel, eigen biermerk en wijnsoort, een groot dorpsfeest, een ouderenmiddag, een muzikaal slagwerkevenement voor de kinderen, een speciaal lied van Belcanto die Zondereigens bloed heeft.” Wanneer ik opper dat dit nogal veel is voor een paar organisatoren, geeft Frans dat grif toe. “Daarom hebben we een aantal werkgroepen geformeerd. Die hebben elk een thema voor hun rekening genomen. Dan is het wel te behappen. Ik kan zeggen dat alle plannen uitgevoerd en geslaagd zijn. Daar zijn we trots op,” aldus Frans.

Ik leg hem mijn persoonlijke indruk voor: mijn gevoel is, dat sinds de viering van 750 jaar Zondereigen het dorp veranderd is. Na enig nadenken blijkt Frans het met mij eens te zijn. Hij noemt daar een paar facetten van: “Veel bewoners hebben waardering van buitenaf ervaren. Het gevoel van eigenwaarde is toegenomen en we hebben er duidelijk een minder gesloten gemeenschap aan overgehouden.”

Dorp op stap
Gitte Tilburgs is medewerkster Cultuur van de gemeente Baarle-Hertog. Zij tipt op zekere dag Frans. Die veert op. Is er iets moois te organiseren? Jawel. Er is een Vlaams initiatief, gericht op kleine dorpen, om de bewoners daarvan uit te nodigen naar Brussel te komen. Men wil de mensen uit kleine gemeenschappen in de grote stad met cultuur in contact brengen. Frans is in die tijd voorzitter van de Gemeentelijke Cultuurraad. Daar stelt hij voor om Zondereigen kandidaat te stellen en zo besluit men ook. Er worden argumenten bijeengebracht om in aanmerking te komen. De enclavesituatie, het eigen lied van Guido Belcanto, de parochie die gemeentelijke grenzen overschrijdt en dan als de kers op de taart: het feit dat Zondereigen al jarenlang een aantal schoven stro levert voor de Brusselse kerststal.

Het resultaat is dat in 2004 wel acht bussen met ongeveer 360 dorpsgenoten naar Brussel trekken. Men beleeft een klassiek concert in het Paleis voor Schone Kunsten en daar is gelegenheid om enkele schoven stro officieel aan te bieden. “Stel je voor,” zegt Frans met onverholen plezier, “wij daar op dat plechtige podium met ons stro!”
Tijdens een grote receptie bieden de verschillende dorpen elkaar hun streekproducten aan. In de namiddag kunnen de gasten kiezen uit dertig verschillende gegidste cultuurwandelingen in de stad. Bij thuiskomst heeft de organisatie gezorgd voor een frietkraam in het dorp. Zo werd de uitstap met een gezellig samenzijn afgesloten. “Dit is toch wel een heel bijzondere gebeurtenis geweest en belangrijk voor de saamhorigheid in het dorp,” meent Frans.

Hét grote project
De Eerste Wereldoorlog, of zoals men in België wel schrijft ‘De Groote Oorlog’, komt in Baarle in de belangstelling wanneer de provincie Antwerpen vanaf 2002 een thematentoonstelling rond laat gaan onder de titel ‘Den Oorlog verklaard’. In 2004 komt ook Baarle-Hertog aan de beurt. De oude gebouwen van een verlaten kippenslachterij vormen een prima achtergrond voor de series strakke panelen waarop in zes thema’s de oorlog in de provincie wordt uitgewerkt. Onze heemkundekring raakt erbij betrokken. Zij ziet kansen om een hoofdstuk aan deze expositie toe te voegen. Herman Janssen doet grondig onderzoek naar de merkwaardigheden van het vrije Baarle-Hertog tijdens WO I. Een oproep aan de bevolking van de beide Baarles levert een gevarieerde oogst aan voorwerpen en documenten op. De oorlogssituatie in onze grensstreek kan o.a. hiermee goed in beeld gebracht worden.
De provinciale tentoonstelling krijgt hier een sterk plaatselijk element toegevoegd. Wonderlijk is dat in Baarle meer bezoekers geteld worden dan in de grote stad Antwerpen.
Frans en Els raakten er ook bij betrokken. “Dit project zou voor mij niet volledig geweest zijn, als we niet ook hier de jeugd bij betrokken hadden,” zegt Frans. Dat is dan ook wel heel goed geslaagd. Veel schoolklassen van de basisscholen en uit het middelbaar onderwijs bezochten de tentoonstelling. Ze kregen er goed verzorgde rondleidingen aangeboden door Herman en Frans.

Een buitengewoon belangrijk element uit de stroom schenkingen die de heemkundekring in 2003 ontving, is het originele dagboek dat pater Ladislas Segers schreef tijdens de vier jaar dat hij brancardier was in de loopgraven achter de IJzer. Dit manuscript wordt voor Herman Janssen de aanleiding tot het samenstellen van een meerdaagse reis naar de Westhoek (zie Van Wirskaante, extra uitgave, augustus 2004). De reis zit vol indrukwekkende en ontroerende momenten, vooral wanneer teksten uit het dagboek worden gelezen op de plaatsen waar de beschreven gebeurtenissen plaatsvonden. Frans is nauw betrokken bij deze leesmomenten. Eerder speelt hij al een rol bij het leggen van contacten met familieleden van de Kapucijner pater die uit Zondereigen afkomstig is. Gevolg is dat een mooie delegatie van de familie kan deelnemen aan de reis.
Els kan niet mee. Daarom herhaalt Frans tien jaar later samen met haar deze reis, zodat ook zij er een beeld van krijgt.

In 2008 loopt in de provincie Antwerpen het project ‘Oorlogserfgoed en jongeren’. Dit thema past perfect in de denkwereld van Frans. Na een goede brainstorm en het nodige overleg met Herman ontstaat het idee om een stuk van de ‘Dodendraad’ te reconstrueren. Via Herman zijn er inmiddels al goede contacten met professor Alex Vanneste, dé deskundige op dit gebied. Dankzij goede medewerking van o.a. de gemeente Baarle-Hertog, wordt aan de weg tussen Zondereigen en Baarle een perfecte reconstructie gerealiseerd op exact de juiste plaats. Frans noemt het niet alleen een historisch monument, maar nadrukkelijk en vooral een vredesmonument. De adoptie ervan door Zondereigense schoolkinderen van het zesde leerjaar acht Frans van wezenlijk belang. “Mét de kinderen betrekken we ook hun ouders bij de vredesopvoeding,” merkt Frans tevreden op. Het doet hem ook zichtbaar goed dat er bij het monument bijna altijd mensen aangetroffen worden.

Een tijd later biedt de Vlaamse regering een interessant project aan. Het gaat om ‘herinneringseducatie’ en het herdenken van WO I. De Amalia-werkgroep van Zondereigen overlegt en dient ideeën in. Die worden deze keer niet gehonoreerd. Alle subsidiegelden gaan naar enkele grote steden en de Westhoek. “Och ja,” berust Frans.
Intussen naderde 2014, het echte herdenkingsjaar. Frans realiseert zich dat er binnen de Werkgroep Zondereigen al heel veel kennis over de ‘Groote Oorlog’ aanwezig is. Hij is, met anderen, gedreven om daar wat mee te doen. Herman en Frans vormen de ‘vliegwielen’ die een geweldig proces op gang brengen. Via een leaderproject (daar zit Europees subsidiegeld!) denken zij aan het uitgeven van een boek, aan een cursus om andere heemkundekringen, streekgidsen en leerkrachten te informeren, aan wandel- en fietsroutes, aan informatiepanelen in onze grensregio. Wie deze lijst van thema’s overziet, kan zich nauwelijks voorstellen hoeveel werk, hoeveel overleg, hoeveel formulieren, hoeveel instanties hiermee gemoeid zullen zijn.

Frans vertelt over de aanpak, de meevallers, de beren op de weg en de geweldige medewerking en doeltreffende samenwerking. “Het zal duidelijk zijn,” meent hij, “dat Herman het inhoudelijke voor zijn rekening nam. Ik ging meer voor de contacten, het opstellen van de dossiers en de subsidieverzoeken.” In één adem noemt hij de goede diensten van Trees Van Geluwe. Zij is medewerkster op het gemeentehuis van Baarle-Hertog en zeer goed op de hoogte van alles wat met Europa en leaderprojecten van doen heeft. Zij verleende goede diensten.

Scholen speelden ook nu weer een mooie rol. De technische school in Hoogstraten maakte de informatiepanelen, bouwde het schakelhuis en de wachthuisjes.
Met het uitwerken van de fietsroute, was sprake van geluk. De kaarten van het fietsknooppuntennetwerk waren juist aan vernieuwing toe. Daar kon goed op ingespeeld worden. Het plaatsen van de panelen verliep niet altijd even gemakkelijk. Enkele daarvan staan op particulier terrein. “Merkwaardig is dat wij daar zo mee klaar waren,” vertelt Frans. “Wanneer we op gemeentelijke grond terechtkwamen, dan duurde het in enkele gevallen wat langer. Het moest langs meerdere bureaus en de documenten bleven soms een tijdje liggen,” verzucht Frans. Uiteindelijk kwam het allemaal goed.

Naarmate het werk vordert, is er behoefte aan bepaalde ondersteuning. Zo treedt Jef van Tilburg toe tot de werkgroep. Hij neemt de contacten met de gemeente Baarle-Nassau voor zijn rekening en regelt de afhandeling van bepaalde dossiers. Daarnaast verzorgt hij zeer nauwgezet de verslagen van de werkvergaderingen. Hij neemt ook de presentatie van de cursusavonden op zich en leidt op vlotte wijze de sprekers in. Frans steekt de waardering voor de accurate wijze waarop Jef die taken uitvoert, niet onder stoelen of banken. Ook de diensten die André Moors op een zeker punt in het proces gaat verlenen, worden als een enorme verlichting voor de werkers van het eerste uur ervaren. Dré neemt de gehele organisatie rond de verkoop en de verspreiding van het boek voor zijn rekening. Jan van Strijp – sinds enige tijd betrokken bij de Baarlese VVV – is heel welkom bij de verdere uitwerking van de toeristische routes.

Wij kunnen alleen maar constateren dat een groep mensen, onder de bezielende aanvoering van Frans en Herman, ontelbaar veel uren besteed heeft aan een gigantisch project. Maar de resultaten zijn er dan ook naar! Alle onderdelen hebben een zeer hoge kwaliteit. “Dat geeft veel voldoening,” zegt Frans tevreden.

Zoektocht
Tussen de vele werkzaamheden rond dit monsterproject door, komt er bij Frans en Els een zeer bijzondere vraag binnen. Een zekere Charlotte Peys benadert de heemkundekring via haar website met een vraag die Zondereigen betreft. Vragen die langs deze weg binnenkomen, worden steeds doorgegeven aan leden die er mogelijk raad mee weten. Jef van Tilburg geeft deze vraag dus door aan Els en Frans. Er wordt een eerste ontmoeting georganiseerd, waarbij ook Herman Janssen aanwezig is.
Charlotte is studente aan de ‘School of Art’ in Gent. Zij krijgt opdracht een eindstudie van haar kunstzinnige opleiding te realiseren. Even origineel als dapper is haar themakeuze. Als Limburgse, tijdelijk wonend in Gent, gaat zij op zoek naar een klein dorp elders in Vlaanderen. Dat dorp moet dan liefst ook nog een bijzondere naam hebben. Logisch dat dan Zondereigen in beeld komt.
Uit het overleg blijkt dat Charlotte hier een aantal periodes wil verblijven om het dorp in vele opzichten te verkennen. Kijken, met mensen praten, de gemeenschap onderzoeken, de omgeving zien, kortom: Zondereigen beleven, dat zoekt ze.

In dat eerste gesprek vraagt Charlotte voorzichtig of ze ergens in Zondereigen kan logeren wanneer ze hier wil verblijven. Ze voegt er meteen aan toe dat ze een arme studente is. Els reageert direct met: “Ik ken wel een Bed en Breakfast.” En waar dat dan wel mocht zijn, wil Charlotte graag weten. “Hier bij ons,” is het eenvoudige antwoord. Zo logeert zij dus bij al haar verblijven in huize Van Gils. “Wij bleven er niet voor thuis als we ergens naartoe moesten,” zegt Frans. “Het gebeurde ook wel dat ze meeging wanneer wij een voorstelling of tentoonstelling bezochten,” vult Els aan. Charlotte krijgt een huissleutel en kan dus gaan en staan waar ze wil. En dat doet ze dan ook. Ze legt talloze bezoeken af en neemt heel veel documentatie door. Intussen maakt ze daarbij een uitgebreide serie tekeningen in een sterke eigen stijl. Haar ontdekkingsreis en zoektocht resulteert uiteindelijk in een prachtig boek waarin Zondereigen in korte poëtische teksten en in tweeëntachtig tekeningen vereeuwigd wordt. Op 3 juni 2014 wordt haar werk gepresenteerd en er is een boek beschikbaar voor alle Zondereigense adressen.
Zonder de belangeloze medewerking en gulle gastvrijheid van Els en Frans zou dit unieke project niet mogelijk geweest zijn.

Rustige tijden?
Eigenlijk een beetje tegen beter weten in vraag ik of het nu wat rustiger geworden is. “Nee,” zegt Frans zonder nadenken. “De Groote Oorlog blijft de komende jaren nog veel tijd vragen. Er is heel veel vraag naar onze lezing. Meestal gaan Herman en ik dan samen de voordracht verzorgen. Wanneer Herman niet kan, of als er twee aanvragen op één dag op de agenda staan, dan doe ik het alleen. Maar Els gaat dan wel mee,” voegt hij er snel aan toe. Ze zijn ook betrokken bij het rondtrekkende toneelstuk ‘Petrus en de Doodendraad’. Ze voorzien ook veel jongeren van informatie voor scripties en spreekbeurten in de klas.

“Het is wel zo,” legt Frans uit, “dat we iets meer tijd krijgen. De kleinkinderen worden groter. Daardoor vallen binnenkort de vaste oppasdagen weg. Uitstappen met dat jonge volkje blijven we natuurlijk wel doen!” Els beaamt deze uitspraak met overtuiging.
Momenten van rust in hun bestaan vinden ze ook door samen mee te zingen in het parochiekoor. Els zingt ook nog in een ‘Solidariteitskoor’. Dat brengt strijd- en bevrijdingsliederen. Opbrengsten van optredens gaan naar ontwikkelingswerk.

Els en Frans, ik kan maar één ding met zekerheid vaststellen: jullie dagen zijn altijd goed gevuld. Ik bewonder de wijze waarop jullie evenwicht weten te vinden tussen die grote inzet voor de maatschappij en de ontspanning die jullie ervaren in je hobby’s.
Namens de lezers van Van Wirskaante wil ik jullie graag hartelijk danken voor dit openhartige gesprek. Blijf gezond (die kans acht ik heel groot met zo’n keuken!) en wij hopen dat jullie nog lang de energie mogen vinden om actief en creatief bezig te zijn, tot eigen genoegen en dat van de mensenmaatschappij.