Deze website gebruikt cookies. Accepteer de cookies als u alle functionaliteiten van deze website wilt gebruiken.

Wandeling

Geschreven door Admini.

Zondereigenwandeling 6, 8, 10 of 14 KM

Kleur van de wegwijzers : BLAUW

Wandelduur : 2 à 4 uur

Soort wandeling:

Landelijke grensoverschrijdende wandeling, deels over verharde wegen, deels over zandwegen. Neem met kinderwagens zoveel mogelijk de verkortingen.
Vertrekpunt:


St.-Rumolduskerk in Zondereigen. De Zondereigenwandeling voert ons door de dorpskern naar schitterende open landbouw- en natuurgebieden. Verschillende hoeven zijn voorzien van een informatiebord: de wandelroute is een combinatie van een gewone wandeling en een landbouwleerpad.

Rustplaatsen:

- Vlakbij vertrek en aankomst: café-taverne Schuttershof, dagelijks open vanaf 12u. Sluitingsdag: woensdag. Van oktober t.e.m. de week na Pasen: gesloten op dinsdag en woensdag (tel. 014/63.31.69)

- Halfweg, aan de Heikant: Hoeve-ijs, dagelijks open vanaf 12u (tel.014/63.24.72)

- Her en der verspreid staan rustbanken

Bed and Breakfast (zie op het plan: ‘B&B’): fam. Jansen-Sterkens (014/63.33.80)

Toerisme Merksplas

Gemeentehuis, Markt 1 - 2330 Merksplas

Tel. 014 / 63 30 27 (infobeambte)


Vertrek aan de St.-Rumolduskerk van Zondereigen. We starten zuidwaarts: richting Merksplas. Op de plaats van de huidige kerk stond al in 1464 een kapel, onderhorig aan Baarle. Pas in 1842 werd Zondereigen zelfstandig op kerkelijk gebied: de St.-Rumoldusparochie bestrijkt zowel delen van de gemeente Baarle-Hertog als van Merksplas. In 1859 werd de oude kapel vervangen door een veel grotere kerk. Deze werd in 1944 bij de bevrijding in brand geschoten en na de oorlog in oude stijl heropgebouwd.

Direkt rechts, bij de parochiezaal uit 1931, is een klein pleintje met het kapelletje van Onze-Lieve-Vrouw van de Stilte. Dit kapelletje is geplaatst eind jaren ’50 van de voorbije eeuw. De KVLV Zondereigen heeft zich daarvoor ingezet. Terug in de Dorpsstraat wandelen we voorbij de brandweerkazerne: de oude jongensschool van weleer. Het Schuttershof aan de overkant van de weg werd gebouwd kort na de Belgische Onafhankelijkheid, ten tijde van de Tiendaagse Veldtocht in 1831. Hier is het oefenlokaal van De Vrije Kempenzonen, een boogschuttersvereniging die stamt uit de 19de eeuw. Verderop passeren we nog een aantal oude éénlaagshuizen. Aan de linkerkant van de weg heeft de laatste woning voor de splitsing een mooie muurtegelversiering onder de dakgoot. Let ook even op de kleurenpracht van de rijk gedecoreerde voorgevel.

A. Aan de splitsing staan we bij de St.-Jozefkapel, waarvan het juiste bouwjaar niet is gekend. Ze werd opgericht door Jozef Nooyens, pastoor van Zondereigen tussen 1903 en 1915. De kapel werd gemetseld op de plaats waar de Oude Baan en de ‘nieuwe steenweg’ (daterend van 1895) samenkomen. Tweemaal per jaar trok de processie door de Dorpsstraat naar deze plaats: zondags na sacramentsdag en met de kermis begin juli. Veldbloemen als margrieten, wilgenroosjes en brem werden op de weg gestrooid en alle ramen waren versierd met bloemen en brandende kaarsen. De mensen knielden buiten op een stoel neer om er te bidden. Kunstenaar Stan Grooten restaureerde het originele St.-Jozefbeeld. De ijzeren deur is bijzonder rijk versierd met een groot aantal kruisen en de letters S en J.

Aan de St.-Jozefkapel kunnen we kiezen:

- of we nemen de verharde verkorting rechtsaf aan de kapel (verkorting Oude Baan) en blijven deze weg volgen. We verlaten Zondereigen-centrum. Iets verderop bevindt zich de kapel van de Oude Baan, in 1932 ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes opgericht door landbouwer Sus Van Gils. Met paard en kar reed Sus op een dag naar zijn akkers, gelegen aan de Oude Baan. Bij het oprijden van het veld tuimelde hij van de kar. Hij viel vlak voor het wiel en vreesde te worden overreden. Als bij wonder echter stopte het paard: Sus bleef ongedeerd! Uit dankbaarheid bouwde hij daar een kapelletje. De gezusters Leestmans vonden die plek dan weer uitermate geschikt om zittend te verpozen. Ze offerden, samen met wat geld, een briefje met daarop de volgende woorden: ‘Een frankske voor een bankske van een plankske’. Tegenwoordig is het de gemeente Baarle-Hertog die ons in de mogelijkheid stelt om bij veel Zondereigense kapelletjes even tot rust te komen. We dalen af naar de brug over de Noordermark en sluiten wat verder, bij de rustbank (‘D’), opnieuw aan op de langere route.

- of we gaan linksaf. Deze lus is minder goed begaanbaar en niet geschikt voor kinderwagens. We volgen het verharde voetpad naast de doorgaande weg en wandelen voorbij de vrije lagere school ‘de Horizon’. Aan de brug steken we de Noordermark over. Een ijzerhoudende grondlaag bezorgde het water zijn roestbruine kleur. Bij nat weer sijpelt het gewoon uit de rivierberm. De Noordermark werd reeds in de dertiende eeuw vernoemd als grens tussen de gemeenten Baarle-Hertog en Merksplas. Dit riviertje was ook de grens tussen de bisdommen Luik (waartoe Baarle behoorde) en Kamerijk (o.a. Merksplas). Er wordt zelfs beweerd dat zich hier tweeduizend jaar geleden de grens bevond tussen het grondgebied van de Eburonen en dat van de Menapiërs, twee Keltische volksstammen. De Noordermark is één van de vele beken uit het zeer grote stroomgebied van de Mark. Al die stroompjes en waterlopen hebben het karakter van deze landschappen bepaald. Rondkijkend kunt u dat vanop deze plaats heel goed zien.

Voorbij de eerste boerderij (de voormalige herberg ’t Zwart Paard) draaien we rechts de zandweg in. Iets verderop bemerken we de merkwaardige dakconstructie van de nieuwe hoeve van leefgemeenschap Widar, waar verstandelijk gehandicapten wonen en werken.

C. Kijk eens hoe ruimte en glooiing hier het vredige landschap bepalen. Nochtans heet deze zandweg in de volksmond de Strijstraat, een naam die verwijst naar de bloedige gevechten die hier plaats vonden op 2 augustus 1831. Door de voorlopige Belgische regering was de onafhankelijkheid uitgeroepen en onder leiding van de prins van Oranje viel het Nederlandse leger daarop het opstandige België binnen. In Zondereigen was er sprake van schermutselingen tussen het Tweede Bataljon Jagers en een Belgische eenheid onder leiding van generaal Niellon, wier sterkte werd geschat op 400 man. Hier langs de Strijstraat raakten drie Nederlandse vrijwilligers gewond. Omdat de prins versterking liet aanrukken, trok generaal Niellon zijn manschappen terug. De Tiendaagse Veldtocht bracht een intensief diplomatiek overleg op gang. Toch duurde het nog bijna acht jaar alvorens de vrede tussen België en Nederland kon worden ondertekend. Aan de verharde weg moeten we linksaf.

D. Bij de rustbank, waar de verkorting opnieuw aansluiting krijgt, hebben we een mooi uitzicht op de brug over de Noordermark en de Zondereigense sportvelden. We bevinden ons op de Oude Baan, een eeuwenoude straat waarlangs vroeger de koetsen met reizigers vanuit ’s Hertogenbosch via Baarle en Merksplas naar Antwerpen en weer terug reden. We wandelen licht opwaarts. Aan het kruispunt kiezen we voor rechtsaf, de betonweg op. Denk aan de veiligheid en de verkeersregels: we stappen links van de weg.

We naderen een aantal hoeven. Opvallend is dat sommige een naam dragen in heldere witte letters. Dat is een verdienste van de Landelijke Gilde en heemkundekring Marcblas uit Merksplas. De heemkundekring deed onderzoek naar de oude namen en nodigde de eigenaars uit deze op de gevels te plaatsen. Zo blijven historische namen bewaard. We passeren achtereenvolgens de Wilderthoeve, de Bossen en de Boshoeve, allemaal toponiemen die verwijzen naar de voormalige (natte)heidegronden. Links van de weg treffen we meer informatie aan over laatstgenoemde boerderij, het varkensbedrijf van de familie Braspenning-Van Otten (zie plan: ‘1’). Het landschap tegenover deze hoeve wordt sterk vormgegeven door de Noordermark (rechterkant) en de Strikkevenloop. De beekdalen tekenen zich goed af. We vervolgen onze weg. Voorbij de Watereindse hoeve nemen we de eerste onverharde weg rechts: de Toertstraat.

E. Hier vallen ons onmiddellijk de twee fraaie inlandse eiken op. Zij horen helemaal thuis in ons zandgrondenlandschap. Zouden wij de natuur in deze streek lange tijd de vrije hand geven, dan zou er een bos ontstaan met vooral berken en inlandse eiken. Geen wonder dat tientallen soorten insecten de eik als woonplaats en voedselbron hebben. Even verder staan we in de laagte van de Strikkevenloop. De landschappen voor ons en links van ons zijn prachtig. Hier broeden in het voorjaar weidevogels als kievit, wulp, grutto en scholekster.

F. Aan het einde van de akkerweg komen we op een asfaltweg. Hier maken we een keuze:

- of we slaan rechtsaf (verkorting Eindepoel): dan verkorten we de route met twee kilometer en sluiten hier ter plaatse meteen terug aan op de langere wandeling (zie G)

- of we wandelen naar links en maken een lus naar ‘Hoeve-ijs’: daar kunnen we genieten van heerlijke ijscrème of een drankje. De eerste meters lopen we langs gewone dennen, daarna bevinden we ons temidden van Oostenrijkse dennen. U ziet het verschil: die groeien statig en recht omhoog terwijl de gewone den wat kronkelig is. Aan het einde van de hekwerken kijken we even naar links. We krijgen daar een mooi zicht op wat er over is van het vroegere Strikkeven: in natte periodes staat in deze laagte nog een hele plas. Aan het verharde kruispunt draaien we rechtsaf de betonweg op. We naderen nu het buurtschap Heikant. Aan de electriciteitskabine voorbij de Leeveldhoeve gaan we linksaf: we nemen de Witte-Keiweg, een naam verwijst naar een oude, verdwenen grenssteen op de scheiding van de gemeenten Baarle, Merksplas en Wortel. In de Achtenrijthoeve van de familie Vermeiren-Van Dijck kunnen we even verpozen: hier bevindt zich Hoeve-ijs. Daarna wandelen we terug naar de elektriciteitskabine, waar we linksaf moeten. We passeren achtereenvolgens de Markrijthoeve, de Begijnhoeve en de Egelstelling.

De Egelstelling is bekend vanwege de jaarlijkse deelname aan Open Tuinen, een organisatie van de Landelijke Gilden. Juist voorbij de Egelstelling draaien we rechtsaf het bospad in. Sinds 1993 is hier een natuurreservaat: door schoolkinderen werden toen ter gelegenheid van de week van het bos vleermuizenkastjes opgehangen. Aan de verharde weg kiezen we linksaf.

G. De asfaltweg gaat over in een klinkerweg. We lopen verder naar de boerderijen die zich voor ons bevinden. Bij het laatste landbouwbedrijf langs deze weg, het gemengde bedrijf van de familie Verheyen-Schoofs, vinden we opnieuw een informatiebord (zie plan: ‘2’). Zo’n dertig meter na de bocht wandelen we over het bospaadje schuin rechts. In dit oude stukje dennenbos is goed te zien waar de natuur naar op weg is. Als wij er ons niet mee bemoeien, gaat hetvolgende gebeuren: er zal steeds meer en groter loofhout gaan groeien zoals eik, berk, lijsterbes, vuilboom enzovoort. De dennen zullen stelselmatig worden aangetast door insecten en schimmels. Ze vallen tenslotte om en er ontstaat een loofbos dat hier thuishoort. Het begin is al gemaakt. Het pad voert ons naar de picknickplaats bij de brug over de Noordermark.

H. Wij passeren voor de tweede maal de Noordermark en komen terug op het grondgebied van de gemeente Baarle-Hertog. Ook hier zien wij weer een prachtig beekdallandschap (links). We bereiken Ginhoven, een heel oude nederzetting en naar alle waarschijnlijkheid de bakermat van Zondereigen. Volgens de Gelmellegende vestigde zich hier in de negende eeuw een Noormanhoofdman. De Vikings kwamen de Noordermark opgevaren met hun snekken: het riviertje moet toen heel wat breder zijn geweest. Gelmel zou een burcht hebben gebouwd op de Vossenberg. Iets verderop langs de betonweg lag het bijbehorende neerhof: de hoeve Terborcht. We herkennen de vorm van deze boerderij nog goed in de vreemde lus die de weg maakt. We volgen de bochtige betonweg. Rechts van de weg staat het informatiebord dat hoort bij het kippenbedrijf van de familie Rieberghs-Donckers (zie plan: ‘3’).

I. Juist voor het kruispunt en aan onze linkerkant bevindt zich boven de schuurdeur een rondboognis met heiligenbeeld. De woningen van onze voorouders boden niet alleen bescherming tegen weer en wind, maar minstens evenzeer tegen allerlei duistere invloeden van buitenuit. Dat heiligen al eens wilden helpen in tijden van nood, werd ons van kindsbeen bijgebracht. Vanaf circa 1930 plaatsten landbouwers plaasteren beelden om voorspraak van zo’n heilige in te roepen. Het verspreidingsgebied van deze schuurnissen is voornamelijk beperkt gebleven tot Baarle, Merksplas en omliggende gemeenten. Baarle alleen al telt er zo’n 130.

Bij het kruispunt hebben we de keuze:

- of we draaien rechtsaf en wandelen terug naar het vertrekpunt als we voor de verharde verkorting kiezen (verkorting Ginhoven). In dat geval passeren we aan onze rechterkant het aardbeienbedrijf van de familie Braspenning-Stessels (zie plan: ‘4’). Iets verderop bevindt zich, eveneens rechts van de weg, de kapel van Ginhoven. Die is toegewijd aan het H. Hart van Maria. Zoals we ter plaatse kunnen lezen werd de kapel in 1881 opgericht door het echtpaar G. en A. Meyvis-Vermonden. Ze werd opgetrokken met authentieke Zondereigense handvormstenen: Meyvis was steenbakker op Ginhoven. Ook was hij de grootvader van Zr. Rumolda, het ‘heilig nonneke van Zondereigen’. Dit verklaart de aanwezigheid van de kaars met haar voorspraak in de Ginhovense kapel.

- of we kiezen voor de langere, grensoverschrijdende wandelweg en stappen rechtdoor. Aan de laatste huizen van Ginhoven gaat de betonweg over in een zandweg. Ook hier gaan we rechtdoor. We volgen lange tijd het kronkelende pad en kijken over de volle breedte op de schitterende landschappen die de loop van het Merkske begeleiden. Aan Nederlandse kant ontstond in de voorbije jaren een lange strook natuurgebied langs de volledige loop van dit riviertje. Belgische percelen worden of zijn eveneens natuurgebied, waardoor beide oevers van het Merkske beschermd worden. In dit uitgestrekte gebied broeden elk voorjaar tal van weidevogels.

J. Op deze plaats staan naast enkele eiken tevens een paar opvallend oude elzen (links en rechts van de weg). Het is vrij zeldzaam dat elzen zo’n leeftijd bereiken. Wat verder steken wij het Merkske over, sinds 1648 de grillige rijksgrens tussen het huidige België en Nederland. Hier in Baarle-Nassau (NL) betreden we een stiltegebied: de provincie Noord-Brabant vraagt om in deze omgeving geen natuurverstorende activiteiten te ondernemen. De normale agrarische bezigheden kunnen gewoon doorgaan. Nog wat verder is aan uw linkerkant goed te zien hoe ‘Staatsbosbeheer’, de instantie die dit natuurreservaat beheert, aan het werk is geweest: houtwallen werden aangeplant en poelen gegraven. De omgeving werd ook wat ruwer: men streeft naar een gevarieerd gebied met hooilandjes, weiden, rietkragen en moerasbosjes. We nemen het eerste karspoor rechts: een minder goed begaanbare weg die niet geschikt is voor kinderwagens. Aan de asfaltweg draaien we opnieuw rechtsaf.

K. Rechts van ons bevinden zich de weiden en het informatiebord van de paardenfokkerij van de familie Knegt (zie plan: ‘5’). Het is de laatste Nederlandse hoeve voor de rijksgrens. Tot slot maken we nog een omzwerving linksaf de Zevenhuizenbaan in. Dit is een zogenaamde ruilverkavelingsweg, die het de boeren gemakkelijk maakt om snel hun percelen te bereiken. Het is ook een welkome aanvulling op het netwerk van fietsroutes. We volgen deze asfaltweg, die naar rechts afbuigt. In de verte zien we twee nieuwe melkveebedrijven. In het kader van de ruilverkaveling kregen twee landbouwers hier hun nieuwe stek. We nemen de eerste zandweg rechts. Het hele gebied is dooraderd van waterlopen en beekjes. Aan onze linkerkant stroomt water van de Baarlese Tommel en van Schaluinen naar het Merkske.

L. Hier zijn we voor de tweede keer bij het Merkske aanbeland. Links is de beek min of meer rechtgegraven. Rechts vormt het riviertje de rijksgrens tussen België en Nederland. Die grens werd gerespecteerd: daar meandert de beek dus nog! Kijkt u ook eens even schuin rechts vooruit. Daar ligt Zondereigen volkomen vredig en rustig in een groene omgeving. Dit is een schilderij waard! Even verder kiezen we de zandweg links en wandelen zo opnieuw België binnen. Kijkend naar links zien we hoe de kleine bovenloop van het Merkske zijn weg zoekt door een laaggelegen gebied. Wat zal het hier vroeger moerassig zijn geweest.

We komen op de betonweg, die we rechts opwandelen. Hier krijgen we meer uitleg over het melkveebedrijf van de familie Verhoeven-Van Herck (zie plan: ‘6’).

M. Hoe we Zondereigen ook naderen of verlaten, we passeren altijd een kapelletje. Deze kleine religieuze monumenten werden destijds opgericht halverwege tussen de kerk en de buurtschappen. Wie te voet naar de kerk ging, kon onderweg even bij de kapel halt houden om er te bidden of een kaars te ontsteken. In het kapelletje van Gel begroeten we het enig mooie beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen, inclusief de Vlaamse Leeuw en de verpletterde draak (symbool van al het kwade op aarde). De letters op het wapenschild symboliseren de Vlaamse ontvoogdingsstrijd: ‘Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus’. De huidige kapel werd in 1939 gebouwd. Rond 1850 moet er al een voorloper hebben gestaan. Twee stevige, knoestige lindenbomen zorgen voor de nodige schaduw. Het planten van lindenbomen bij kapelletjes is een restant van de oude gewoonte om godsdienst te beoefenen onder deze bomen. In alle Germaanse en Slavische landen is de linde bovendien zeer geliefd als dorpsboom.

We stappen Zondereigen-centrum binnen en bereiken via romantisch ogende boerderijtjes het voormalige klooster van de Zusters Annonciaden van Huldenberg. Deze zusters maakten zich tot voor kort in Zondereigen dienstbaar in het onderwijs en bij het vele werk in de parochie. Boven de voordeur van het klooster staat een rondboognis uit 1909 met een arduinen voetstuk en twee kleine consoles. Het is de oudste Baarlese nis. Binnenin bemerken we een prachtig beeld van St.-Jozef. Bovenop het gebouw bevindt zich een dakruiter met een kleine klok.

Iets verderop staan we terug bij het vertrekpunt en zit onze wandeling erop. Hoog tijd voor een verfrissing in café-taverne Schuttershof, aan het kruispunt linksaf. Proef daar het speciaalbier dat werd ontworpen ter gelegenheid van het 750-jarige bestaan van Zondereigen: het Sonderheighens Merkske is een licht feestbier met een vleugje vlier. Liever een wijntje? Dat kan ook. Bestel dan een witte of een rode Henricum de Sonderheighen. Gezondheid!


Deze wandeling werd in 2001 uitgestippeld ter gelegenheid van ‘750 jaar Zondereigen’. Met dank aan:

- Toerisme Merksplas

- Toerisme Noorderkempen

- Gemeentebestuur Merksplas

- Gemeentebesturen Baarle

- Heemkundekring Marcblas

- Heemkundekring Amalia van Solms

- Werkgroep Wandelpad Zondereigen


 

Informatie over de website  Sociale media Onderhoud
Privacy verklaring  sm facebook 50sm twitter50sm dodendraad 50instagram 2 Service en onderhoud sk 50