Deze website gebruikt cookies. Accepteer de cookies als u alle functionaliteiten van deze website wilt gebruiken.

Dossier : Meske vermoord

Artikelindex

Voorwoord
(Jan Broos)
‘t Mèske vermoord
Zo wordt na 1872 de locatie aan de Alphenseweg nabij het buurtschap Boschoven genoemd, waar zich in dat jaar een gruwelijk liefdesdrama afspeelde. Op de foto is die locatie, een kleine bossage, te zien. In de directe nabijheid daarvan werd Jana van Tilburg uit Alphen, toen ongeveer 25 jaar oud, op een gruwelijke wijze met 18 messteken om het leven gebracht. De dader (zie foto in hoofdstuk 4) was een 29-jarige man die als zadelmakersknecht in Alphen werkte. Hij was verliefd op Jana. Die vreselijke moord maakte heel veel los in Alphen en Baarle-Nassau.
Image
Oudere inwoners van Baarle weten ook te vertellen dat over deze gebeurtenis een of meerdere ‘moordliederen’ werden gemaakt en dat die regelmatig werden gezongen. U kunt een en ander lezen over deze gebeurtenis en de rechtzaak die daarop volgde. Interessant is ook dat u kunt kennisnemen van originele, niets verhullende gerechtshofdocumenten.


  • Hoofdstuk 1 De moord
  • Hoofdstuk 2 Slachtoffer
  • Hoofdstuk 3 Het proces
  • Hoofdstuk 4 Dader
  • Hoofdstuk 5 Straf
  • Hoofdstuk 6 Verantwoording


Hoofdstuk 1: De moord
(Jan Broos)

Image

Het is 14 januari 1872 wanneer de twee Alphense zusjes van Tilburg, Jana en Lieske, vanuit Alphen te voet naar Baarle gaan. Onderweg brengen ze nog een kort bezoek aan de boerderij van Cornelis Verheijen op Boschoven. Daar ontmoeten ze rond half drie in de middag Sjefke van der Zanden, die als zadelmakersknecht bij de familie Baeten in Alphen werkt. Sjefke, geboren op 21 november 1843 in Bladel, tracht al geruime tijd de stukgelopen verkering tussen hem en Jana van Tilburg te herstellen. Echter zonder succes. Jana wil niets meer van hem weten. Zo ook vandaag niet, ondanks al zijn pogingen. Wanneer de zusjes van Tilburg weer opstappen, gaat Sjefke hen even later achterna.

Image

Nabij Baarle Boschoven weet hij de meisjes in te halen. Opnieuw begint hij tegen Jana over het herstellen van hun verkering. Wederom zonder succes. Sjefke raakt buiten zinnen en begint als een dolle met zijn zakmes op Jana in te steken, nadat hij haar eerst tegen de grond heeft geslagen. Zus Lieske tracht nog tussenbeide te komen, maar kan onder de moorddreigingen van Sjefke niet meer doen dan wegvluchten, luid schreeuwend om hulp.
Minstens een van de achttien steken moet dodelijk geweest zijn, concludeert later de gewaarschuwde dokter in gezelschap van de veldwachter en de burgemeester van Baarle-Nassau.

Diezelfde middag vindt de politie Sjefke in de boerderij van Jan Vaarten op het Pineind. Op 25 april 1872 veroordeelt het provinciaal Gerechtshof van Noord-Brabant in ’s Hertogenbosch hem tot 15 jaar tuchthuisstraf en tot betaling van de kosten van het rechtsgeding van 121,55 gulden.
Na het uitzitten van zijn straf trekt Jefke terug naar zijn geboortedorp Bladel, waar hij op 3 februari 1925 op 81-jarige leeftijd, ongetrouwd, overlijdt.

Feiten:
(Jan Broos)
De bossage eerder in dit verhaal vermeld, staat als plaats van de moord bekend. Daar zijn echter niet alle onderzoeken het mee eens.
Wat zijn de feiten in deze:
Het groepje liep van Alphen naar Baarle.
Over de dorpsgrens, dus op Baarles grondgebied vond de moord plaats (Bron: Processtukken).
In die tijd was het nog niet de gewoonte om rechts te lopen. Sterker nog, ofschoon Napoleon in het begin van 19e eeuw had aangegeven dat men rechts moest houden, was het nog vaak de gewoonte om links die dingen te doen. Links lopen, het paard aan de linkerzijde bestijgen en via de linkerkant de fiets opstappen was en is nog steeds normaal.
Stel dat het groepje aan de linkerzijde van de weg liep, dan zou de bossage een hogere kans maken als plaats delict, dan de andere zijde (hoek Boschovenseweg).
Helaas wordt in het officiële onderzoek geen melding gemaakt van de exacte plaats. De bewering hierboven gemaakt doe ik dan ook geheel voor eigen verantwoording.
(Jan Broos)

 




Hoofdstuk 2: Slachtoffer
(Jan Broos)

De titel van dit hoofdstuk is eigenlijk onjuist, omdat er natuurlijk sprake is van twee slachtoffers. Ten eerste het dodelijk slachtoffer Adriana Maria (Jana) van Tilburg en ten tweede, niet te vergeten, haar zuster Elisabeth (Lieske) die dit drama moest aanschouwen.
Voor nu concentreren we ons op het dodelijke slachtoffer.
Jana werd geboren op 27 februari 1843 te Alphen, wijk A nr 58 als dochter van Martinus van Tilborg en Antonetta Maria van der Voort.
Jana had tot kort voor haar dood verkering met Sjefke van der Zanden. Uit getuigeverklaringen is op te maken dat Sjefke haar mishandelde waarna zij de verkering verbrak.
Jana is dus overleden op 14 januari 1872 te Alphen. Haar begrafenis was 3 dagen later op 17 januari te Alphen.

Haar zus Elisabeth (Lieske) overleed in 1928 te Alphen, op 81-jarige leeftijd.
Het enige wat van haar nu nog bekend is dat zij getuigde op het proces en dat zij in 1877 huwde met Johannes van Baal. Daarna zijn we haar spoor kwijt geraakt.

Gecorrigeerde feiten:
In de Bredasche Courant van 15 januari 1872 wordt gesproken over de 24 jarige Adriana en haar 25 jarige zuster. in feite is Adriana bijna 29 en haar zus zou een week later 25 zijn geworden.
Image
Image

Documenten:
Geboorteakte Adriana Maria van Tilborg
Overlijdensakte Adriana Maria van Tilborg
Kwartierstaat Adriana Maria van Tilborg


 



Hoofdstuk 3: Het proces
(Jan Broos)

Image
Image

Rechtbank rol nr.:3867

Kort na het gebeuren, nog die zelfde dag, werd Josephus van der Zanden gearresteerd, in voorlopige hechtenis gesteld en overgebracht naar de gevangenis van Breda.
Even later volgde het proces op de rechtbank in Den Bosch.

Let op ! De hieronder uitgeschreven gerechtshofdocumenten bevatten detailbeschrijvingen van de moord en de aangebrachte wonden.

Als u klikt op de hieronder opgenomen paginanummers, krijgt u de originele documenten te zien. Direct daaronder staat de tekst in "leesbare" tekst.

Pagina 1

In naam des Konings
Het provinciaal geregtshof van Noordbrabant
Gezien de acte van Beschuldiging, ten gevolge van het Arrest van dit Hof
van den 6 Maart 1872 door den Procureur-
Generaal opgemaakt, tegen:

Josephus van der Zanden oud volgens geboorteakte 29 jaren, geboren te Bladel,
Zadelmaker, laatst gewoond hebbende te Alphen – gedetineerd.

bij het voorzeide Arrest naar de openbare zitting van dit Hof verwezen, om door
hetzelve teregt gesteld te worden, overeenkomstig de bepalingen voorkomende in
den vijfden titel van het Wetboek van Strafvordering, houdende dezelve Acte van
beschuldiging:
Dat hij wordt beschuldigd van moetwilligen manslag

Gezien het Exploit van de Deurwaarder.
W. de Haan



Pagina 2

Blok1:
Van den 6 april 1872 waarbij de beschuldigde is
gedagvaard om op den 18 april 1872 in persoon voor
dit hof te verschijnen.

Gehoord de mondelinge verklaringen der Getuigen.
Gehoord het Requisitoir van den Procureur-Generaal, schriftelijk en onderteekend
aan het Hof overgegeven, daartoe strekkende, dat het den Hove moge behagen den
beschuldigde te verklaren schuldig aan moet
willigen manslag en de schuldigverklaarde,
ter dier zaken te veroordelen tot eene
tuchthuisstraf voor den tijd van vijftien jaar.

Dat voorts de Beschuldigde zal worden gecomdemneerd
in de kosten van het Proces ten behoeve van den Staat, des noods bij lijfsdwang
te verhalen.
Dat het Hof wijders bevele, dat een Extract van deszelfs condemnatoir Arrest
de plano worde gedrukt en aangeplakt binnen deze stad te Baarle-Nassau
en te Alphen.

Gelet op de verdediging door den Beschuldigde en Mr Aulius zijne
Raadsman daartegen ingebragt.

Na te hebben beraadslaagd overeenkomstig de Wet;
Overwegende,
Dat ter openbare regtzitting door den



Pagina 3

Den beschuldigde is bekend in overeenstem
ming met de omstandigeopgaven daar omtrent door
hem voor den regter commisa
ris blijkens diens procesverbaal van den 3e
februari 1872 gedaan.
Dat hij in de namiddag van 14 januari
1872 ten huize van Cornelis Verheijen te
Alphen heeft aangetroffen Adriana en
Elisabeth van Tilburg; dat zij van daar
naar Baarle-Nassau gaande, haar heeft
ingehaald en met haar een eindweg is
afgewandeld; dat hij altijd veel van
Adriana van Tilburg had gehouden,
haar niet kon verlaten en getracht heeft, onder
weg de kennis weer aanteknopen; dat
hij op al, wat hij zeide scheeve en
boosche antwoorden ontving; waardoor hij
woedend werd en zich zelven niet meester
bleef, dat hij in dien gemoedstoestand
Adriana van Tilborg heeft aangegrepen
op den grond geworpen, haar tusschen
zijne knieen heeft geklemd en het mes,
in judicio als overtuigingstuk voorhanden
uit zijn zak heeft genomen en haar
daarmede aan den hals gesneden; dat
hij zich alleen herinneren kan tweemaalen
te hebben gesneden en voor het overige
zich niet meer weet, dat hij toen hij later
het



Pagina 4


het lijk zag, niet dacht haar zoo erg te hebben
verwond; en niet de bedoeling had gehad haar
te dooden, en dat hij na het gebeurde over de akkers
is weggelopen.
Overwegende dat de bekentenis in voegen
als volgt door de huidige verklaringen der
gehoorden getuigen is toegelicht en bevestigd;
Dat namelijk door de huidige getuige
Elisabeth van Tilburg is verklaard, dat zij en
haar zuster des namiddags als voorzegd, om
ongeveer half 3 ure ten huize van Cornelis
Verheijen te Alphen hebben vertoefd en de
beschuldigde aldaar is binnengekomen en
zich tusschen hen heeft geplaatst, dat hij
volstrekt niet dronken was en vruchteloos ge
tracht heeft met haar zuster in gesprek te
komen; dat zij spoedig daarop de woning
van Verheijen hebben verlaten om naar Baarle
Nassau te gaan, dat de beschuldigde
hen onderweg heeft ingehaald; dat zij met
haar zuster Adriana een gesprek heeft
aangeknoopt, doch van haar slechts korte
niet bevredigende antwoorden heeft ontvangen;
Dat namelijk de beschuldigde vroeger met
genoemde haar zuster had verkeerd, doch ten
gevolgen van twist waarbij hij haar mis
handeld had, zij niets meer van hem wilde
weten; dat, terwijl zij voortgaande, den grensoverschrijding



Pagina 5

Grensoverschrijding van Alphen en Baarle-Nassau
hadden overschreden, haar zuster Adriana neder
bukte om een een behoefte te voldoen, en
opstaande eenklaps door de beschuldigde werd
aangegrepen en op de grond geworpen; dat de
beschuldigde daarop een knipmes uit zijn zak
nam en haar zuster daarmede vermoed en
als het ware dol, over hals en aangezicht
sneed, zoodat het bloed over haar voorschoot l
iep; Dat zij getuige na vruchteloose
poging om tusschen beiden te komen, waarbij
hij ook haar bedreigde, zij luid om hulp roepen
de is weg gelopen en van ontsteltenis is gaan
liggen; Dat onverwijl de getuige Wouter Oude
geest, diens huisvrouw en een derde persoon
Meeuwese er bij zijn gekomen en zij getuige
toen gezien heeft, dat gemelde haar zuster
Adriana vreesselijk bebloed, onbewegelijk op
den grond lag en alsoo was gedood.
dat de beeedigde getuige Verheijen heeft
bevestigd, dat de gezusters van Tilburg en de
beschuldigde op voormelde namiddag ten
zijner huize zijn geweest en zijn woning
verlatende door den beschuldigde zijn opgevolgd;
dat hij ongeveer twintig minuten daarna
vernam dat Adriana van Tilburg vermoord
was, naar de reeds aangeduidde plaats waar
ze lag is heen gelopen en haar vreesselijk
bebloed



Pagina 6

Bebloed, vermoord en levensloos aldaar heeft zien
liggen;
Dat de huidige getuige Verhoeven heeft verklaard
dat hij op het ogenblik dat de voormelde gezusters
van Tilburg en de beschuldigdevan het huis van
Verheijen den weg naar Baarle-Nassau opgingen
hij hen te paard is voorbij gereden, en slechts onge
veer honderd passen vooruit zijnde, hulp heeft
hooren roepen en omziende den beschuldigde
met Adriana van Tilburg doende heeft gezien,
Dat hij niets ernstig vermoedende is voortge
reden en den getuigen Oudegeest, dien huisvrouw
en Meeuwese heeft ontmoet, die hem naar de
oorzaak van hetgeen er voorviel vroegen, en
naar de plaatst waar het geschieddee zijn
opgegaan.
Dat de beeedigde getuige Oudegeest dit
heeft bevestigd en alverder heeft verklaard
dat hij Elisabeth van Tilburg geweldig
om hulp heeft hooren roepen en gezien heeft
dat zij op den grond ging liggen; dat hij
met zijn vrouw en Meeuwese genaderd
zijnde, hun door Elisabeth van Tilburg
werd toegeroepen, komt toch gauw, zij hebben
onze Jaan vermoord; Dat hij getuige onge
veer honderd passen verder Adriana van
Tilburg voorover op het gras heeft vinden
liggen met de voeten tegen de den straatweg
gekeerd.


Pagina 7


gekeerd, het aangezicht met haar haren bedekt,
naast haar blijkbaar uitgerukte haren, en de
muts achter de voeten, dat hij een zware wond
aan den linkerkant van den hals heeft waarge
nomen en zij hevig bloedde, en hij terstond
bespeurde dat zij een lijk was, en zij naar
zijn gissing niet meer dan ongeveer vijf
minuten dood was; dat de zuster Elisabeth
van Tilburg hem daarop omstandig (uitvoerig) het voor
gevallene en de aanleiding daarvan heeft
verhaald in voegen als hiervoor is vermeld;
dat toen hij getuige bij het lijk kwam,
daarbij niemand aanwezig was.
== Doorgestreept ==
Dat hij getuige den
aankomende personen naar het gezegt te
Baarle-Nassau en Alphen heeft gestuurd
te, zijnde het toen ongeveer drie ure, en nader
de identiteit van het lijk heeft bevestigd.
Overwegende dat de geneesheer Gommers
onder eede heeft verklaard dat hij op genoemde
namiddag ongeveer kwartier voor 4 ure
door den burgemeester te Baarle-Nassau
is gerequireerd (gevorderd), om zich naar den plaats op
de grensscheiding van Alphen en Baarle-N
Nassau te begeven alwaar gezegd werd een
meisje te zijn vermoord; dat hij zich dadelijk
met



Pagina 8


Met den veldwachter daarheen heeft gespoed
en ter plaatse voormeld het lijk de genoemde
Adriana van Tilburg voorover op de graszoden
heeft vinden liggen, met de voeten tegen de straat
weg, dat hem de verschillende wonden aan den
hals en het gezicht aanduidden dat het gesneden
wonden waren, en naar zijn oordeel
(Invoeging vanuit het linkerkader: Met welk oordeel het hof zich verenigd)
de dood
onmiddellijk door de wond aan de hals moet
zijn teweeg gebracht; dat nadat hij den dood
geconstateerd had, het lijk op last van den
burgemeester naar het gemeentehuis is over
gebracht.
Overwegende dat dezelfde getuige en de
getuige Hooreman, officier van gezondheid der
2e klasse verder onder eed hebben verklaard, in
overeenstemming van hun vroeger opgemaakte
visum tepertium, dat zij in den nacht tusschen
14 en 15 januari 1872 te Baarle-Nassau het door
den regter commisaris aan hen overgegeven lijk
van Adriana van Tilburg uit en inwendig
hebben geschouwd en daarop uitwendig hebben
waargenomen een wonde aan de linkerzijde
van den hals beginnende voor aan den hals
een centimeter links van het midden van de
zoogenaamde adamsappel, 13 centimeter lang
3 diep en 3 breed ,gapende en in horizontale
rigting verloopende naar den nek, met
doorsnijding van huid, huidspier – schildborstbeespier.





Pagina 9


Schilborstbeenspier en strotslagader; dat behalve d
deze verwondingen nog 18 andere gesneden
wonden aan het lijk werden waargenomen.
Waaronder een, die de neus van het aangezicht
scheidde; dat hij de inwendige schouwing
van al de deelen des lichaams door hen
geen zichtelijke afwijkingen inwendig zijn aan
getroffen, dan uitbloeding en dat zij tot het
besluit zijn gekomen, welk besluit in allen
... door het hof wordt gedeeld, dat de dood
is toe te schrijven aan verbloeding uit de door
gesneden linker strotslagader, waarvan de
bloedarmoede der inwendige organen een
gevolg is geweest, dat de overige verwondingen
niet van dien aard zijn bevonden dat zij als
oorzaak der dood kunnen worden aangemeten
en dat de gesteltheid der omschreven
wonden, de gladde gave randen, de groote
lengte, de diepte, het bijna geheel afge
sneden zijn van den neus, aantoonden dat
die allen met een mes of ander snijdend
werktuig zijn toegebracht; blijkende uit
het ten processe voorhanden uitreksel der
akten van den burgelijke stand van de
gemeente Baarle-Nassau dat bedoelde
Adriana Maria van Tilburg, oud acht en
twintig jaren geboren en laatst gewoond hebbende
te Alphen den veertienden januari 1800
twee en zeventig.




Pagina 10


Twee en zeventig, in de gemeente Baarle-Nassau
is overleden.
Overwegende dat door de vorenstaande bekentenis
van den beschuldigde toegelicht en bevestigd door
de beeedigde verklaringen de gehoorde getuigen
wettig en overtuigend is bewezen, dat in deze
is gepleegd moedwillige manslag, misdaad
waarin bij Artikel 302 2e lid in verband
met artikel 295 wetboek van strafregt
aan den beschuldigde bij de akte van beschul
diging ten laste gelegd mitsgaders (bovendien) dat hij
zich daaraan heeft schuldig gemaakt.
Verklaart den beschuldigde Josephus van
der Zanden schuldig aan moedwilligen manslag.
Gezien art 207, 216 wetboek van strafvordering
36, 52 van dat van strafregt.
Dit krachte van art 295 304 lid 2 wetboek
van strafregt art 2 der wet van 29 juni 1854
Luidenden:
Art 295. Nederlaag van eenen mensch
wordt doodslagof manslag genoemd.
Art 304-2e lid In alle andere gevallen
zal de doodslager met den eeuwigen dwang
arbeid gestraft worden.
Art 2. De straffen van algemene verbeurd
verklaring der goederen den schuldige toebe
horende, van het stellen onder bijzonder toezicht
der




Pagina 11

Hooge politie, van eeuwig durenden of tijdelijk
arbeid, zijn voor zooverre zij hier te landen nog bestaan,
afgeschaft.
De dwangarbeid is en blijft vervangen : de eeuwig
durende door een tuchthuistraf van minstens vijf
en hoogstens 20 jaren, de tijdelijke door een tucht
huisstraf van minstens vijf en hoogstens 15 jaren.
Veroordeelt den schuldigverklaarde tot eene
tuchthuisstraf voor den tijd van vijftien jaren,
en in de kosten van het regtsgeding geschat en
verekend de somme van honderd een en twintig gul
den vijf en vijftig cents. Desnoods bij lijfsdwang bij op hem te
verhalen.
Beveelt dat dit arrest extractgewijze zal
worden gedrukt en aangeslagen te ’s Hertogenbosch,
Baarle-Nassau en Alphen , en dat de stukken
van overtuiging aan de daarop regthebbenden
zullen worden teruggegeven.


 


Hoofdstuk 4: Dader
(Jan Broos)

Image
Vreemd genoeg kan men over een dader veel meer vertellen dan over het slachtoffer. Zeker als hij een straf heeft uitgezeten en of onder curatele is geweest bij justitie.
Over hem wordt nagenoeg alles bewaard, van doktersattesten tot dagrapporten van de gevangenis.
Zo is er bijvoorbeeld zijn singalementskaart inclusief pasfoto bewaard gebleven.

Image

Deze singalementskaart en pasfoto zijn gemaakt bij zijn vrijlating uit de strafgevangenis van Leeuwarden.

Helaas kunne we de rapportage over zijn gedragingen in de gevangenis niet inzien. Omdat deze nog niet beschikbaar zijn.

Josephus van der Zanden is geboren op 21 november 1843 te Bladel als zoon van Anthonij en Helena Luijten.
Na zijn gevangenschap keerde hij terug naar zijn geboorteplaats Bladel. Hier trok hij in bij zijn broer. Hij overleed in Bladel op 3 februari 1925.

Gecorrigeerde feiten:
De geboortedatum van Josephus wordt veelal op 22 november vastgesteld. Dit moet zijn 21 november. Mogelijk komt deze fout omdat deze datum ook als zodanig in het bevolkingsrgister van Alphen staat. De datum in de Burgerlijke Stand is echter de juiste (zie ook de akte, hieronder).

Enkele eerdere onderzoeken hebben laten zien dat het niet geheel duidelijk is wat er precies allemaal met Josephus is gebeurd. Daarom zetten we dit nogmaals op een rijtje:
- Josephus wordt gearresteerd en overgebracht naar de gevangenis in Breda (voorarrest).
- T.b.v de strafzaak wordt hij overgebracht naar Den Bosch.
- Voor het uitzitten van zijn straf gaat hij naar de strafgevangenis van Leeuwarden.
- Na ruim 14 jaar van zijn straf uitgezeten te hebben, keert hij terug naar zijn geboorteplaats Bladel, en trekt in bij zijn broer.
- Hij overlijdt te Bladel in 1925

 

Documenten:
Kwartierstaat Josephus van der Zanden
Geboorteakte Josephus van der Zanden
Overlijdensakte Josephus van der Zanden

 



Hoofdstuk 5: Straf
(Jan Broos)

Image

Josephus werd op 11 mei 1872 overgebracht naar de strafgevangenis van Leeuwarden. Dit is terug te vinden in het inschrijvingsregister van de gevangenis van Den Bosch, alwaar hij wordt ingeschreven op 25 april 1872 en waar hij wordt uitgeschreven op 11 mei 1872 i.v.m. transport naar de Blokhuispoort gevangenis.

Image
Image

Hij werd vrijgelaten op 30 april 1886. Waarna hij vertrok naar Bladel. In mei 1886 staat hij daar ingeschreven in het bevolkingsregister.



Hoofdstuk 6: Verantwoording
(Jan Broos)

De rijksarchieven zijn als bron van archiefstukken haast onuitputtelijk. Het werk wat deze archieven doen is dan ook zeer belangrijk voor menig onderzoeker.
Het vermelden van de bron is daarom niet alleen juist omdat bronvermelding nu eenmaal geacht wordt, maar ook om eer te betuigen aan de vele professionels en vrijwilligers.

De volgende instanties hebben ons geholpen bij het onderzoek naar "Meske Vermoord":
* Brabants Historisch Centrum BHIC
* Gevangenis 'de Blokhuispoort' gevangenis Leeuwarden
* Regionaal archief Tilburg